Omschrijving:
Zuidafrikaanse Letterkunde
bloemlezing met toelichting en woordverklaring
Dr. F.E.J. Malherbe
Uitg. Departement van kultuursake Pretoria, softcover
DE LIJN VAN ONTWIKKELING VAN HET NEDERLANDS TOT HET AFRIKAANS
In 1650, twee jaar voordat Commandeur Jan van Riebeeck aan de 'Cabo de boa Esperance' aan wal ging om een verversingspost voor de Verenigde Oostindische Compagnie te stichten, schreef Vondel een lofspraak op zijn moedertaal die hij daarin 'Nederduitsch' noemde. 'Nederlands' heeft pas in de 19de eeuw deze benaming van de taal der Nederlanden voorgoed verdrongen. In de 13de eeuw sprak de dichter Jacob van Maerlant nog van Diets, Brabants, Vlaams en Zeeuws als de tongvallen die hij kende. Het heeft dus vele eeuwen geduurd voordat er eenheid in de spraak van de Lage Landen kwam, en nog langer voordat deze taal zijn huidige naam kreeg.
Ook het Afrikaans kreeg niet gauw zijn naam, want lang gold het gewoon als 'Hollands' of soms 'KaapHollands', maar indien men het Afrikaans vergelijkt met wat wij van het A.B. Nederlands van de 17de eeuw weten, heeft in tegenstelling met het Nederlands de ontwikkeling van het Afrikaans uit het Nederlands zich wel zeer snel voltrokken. Dat de sprong van het Afrikaans niet in de literaire taal van Vondel en zijn tijdgenoten moet worden gezocht, zullen wij straks aantonen.
De Kaap moest een verversingspost voor de Indiëvaarders worden, en een fort moest de haven bij Tafelberg beschermen tegen de mededingende Fransen en Engelsen. De compagnie wou niet een kolonie stichten, en zelfs het bescheiden oogmerk van een verversingshaven ............................................
|