Omschrijving:
Uitg. Elmar, softcover.
Zonder jaar, zonder druk.
Inleiding
Nadat Klein-Azie in de 11e eeuw door de Seldsjoeken was veroverd, ontstond tegen het einde van de 13e eeuw het Ottomaanse Rijk dat in de eerste helft van de 16e eeuw onder de regering van Soliman zijn grootste uitbreiding bereikte. Het keizerrijk omvatte toen, behalve het tegenwoordige Turkije, ook Armenie, Hongarije, Bulgarije, Joegoslavie, Roemenie, Griekenland, Tunis, Tripoli, Egypte, Aden, Jemen, Irak en een gedeelte van Perzie, alles gerekend naar de huidige grenzen. Door allerlei oorzaken werd dit grote rijk van binnenuit aangetast en brokkelde in de loop der tijden steeds meer af. Een aantal verpletterende nederlagen te land en ter zee, machtsmisbruik en corruptie versnelden de ontbinding, zodat er na de vrede van Sevres (1920) alleen nog maar een rompstaat van Turkije overbleef.
In de tijd van de gebiedsuitbreiding heeft er, zoals begrijpelijk is, een levendige cultuuruitwisseling plaatsgehad tussen de Turken en de bewoners van de aan hen onderworpen vazalstaten. Die uitwisseling over en weer is ook duidelijk in de Turkse sprookjesschat na te gaan. Behalve Arabische en Perzische invloeden vinden wij ook motieven en elementen uit de Turkestaanse, Kaukasische, Armeense en Tsjerkessische sprookjes.
|