Omschrijving:
Uitg. Bottenburg, hardcover met stofomslag, 2 delen.
Stofomslag is beschadigd.
Deze roman behandelt een vrijwel onbekend gedeelte uit de vaderlandse geschiedenis.
In de zeventiende eeuw bezat de West-Indische Compagnie een kolonie in Zuid-Amerika, rondom de stad Pernambuco in Brazilie. Als landvoogd fungeerde Graaf Joan Maurits van Nassau, een neef van onze Prinsen Maurits en Frederik Hendrik. Deze graaf Joan Maurits was zijn tijd in meer dan een opzicht enkele eeuwen vooruit. Hij beoogde voor alles de welvaart van het door hem bestuurde gebied. Winsten voor de Bewindhebbers van de W.I.C. waren bijzaak.
't Gevolg is, dat de machtige Heren XIX de landvoogd terugroepen. Juist op een zeer ongunstig ogenblik, nl. als de onderworpen Portugezen in opstand komen, vertrekt Joan Maurits naar Holland. Dan ontbrandt de strijd in Brazilie, die negen jaar duurt en die door de W.I.C. verloren wordt. In Mauritsstad bevindt zich omstreeks de tijd van Joan Maurits vertrek een jong advocaat, Mr. Willem van Marken. Deze is naar Brazil vertrokken met het doel daar voldoende geld te verdienen om zich in Amsterdam naar behoren te kunnen inrichten en vestigen. Van Marken is verloofd met Maria v. d. Bergh, de dochter van de Amsterdamse koopman Jan v. d. Bergh die aandeelhouder is in de W.I.C. Koopman v. d. Bergh voorziet moeilijkheden in Brazilie en schrijft zijn a.s. schoonzoon om inlichtingen betreffende de situatie in de kolonie. Willems antwoord schenkt hem de overtuiging, dat de toestand in Brazilie zeer ernstig is. Van den Bergh bezoekt dan de Bewindhebbers en poogt hen over te halen tot hulpverlening voor Brazil. Het is vergeefse moeite: inmiddels leeft Maria v. d. Bergh in grote spanning, waardoor haar gezondheid achteruit gaat. Dan wordt Nicolaas Tulp, de geneesheer-regent geraadpleegd. En als na enige maanden de W.I.C. bij de Amsterdamse stadsregering aanklopt om hulp, is Dr. Tulp, de stoere Calvinist een warm verdediger van het verzoek van de W.I.C. Doch Amsterdam weigert alle hulp. Dat hiervan het gevolg zal zijn dat de kolonie verloren gaat, achten de regenten niet zo verschrikkelijk. Intussen beleeft de bevolking van Mauritsstad ellendige jaren. Hongersnood, scheurbuik, verraad, maken volhouden ontzettend moeilijk. Willem van Marken wordt als schutter opgeroepen omdat het garnizoen te zwak is de wallen behoorlijk te bezetten. Hij kan dan niet terug naar Amsterdam, hoe graag hij dit ook zou willen. Eerst als een zijner armen door een verwonding verstijft, wordt hij voor de dienst afgekeurd en mag hij repatrieren.
|