Omschrijving:
Van landijs tot polderland
Heide G.D. van der
Uitg. Strengholt, hardcover, geillustreerd
Door de inpoldering van een groot gedeelte van het iJsselmeer wordt een gebied drooggelegd dat vele eeuwen lang behoord heeft tot het fel kloppende hart van Nederland, waaromheen sedert de late Middeleeuwen de handelscentra opkwamen en ten onder zijn gegaan. Sinds het begin van de Hanze-tijd voeren duizenden schepen de handelswaren over dit gebied af en aan, vertrokken van hier de handelsvloten naar de uiteinden van de wereld.
Duizenden jaren reeds daarvoor hebben jagers en vissers er hun geluk beproefd.
Daar, waar de kusten wijd vaneen weken om er een groot waterbekken vrij te laten, lag eertijds een binnenzee, een baai van de Noordzee, die onder gans verschillende namen in de geschiedenis bekend is: Flevomeer, Almere, Zuiderzee en IJsselmeer en met de heel kenmerkende naam „Grote Bun", door hen, die er visten, werd aangeduid.
Deze grote inham is diep ingespoeld in het hart van het Nederlandse landschap.
Hetzelfde gebied, dat twee duizend eeuwen geleden door het ijs was bedekt, maakt duizend eeuwen later deel uit van een enorme baai van de Atlantische Oceaan. Tienduizenden jaren nadien waren hier de machtigste zandwoestijnen, die men zich denken kan, langzaam vastgelegd door een zich moeizaam in het felle koude klimaat ontwikkelende plantengroei, die een stoere zoogdierfauna moest gaan voeden.
De mens deed zijn intrede reeds in een ijzige klimaatperiode, doch vermocht niet veel invloed te doen gelden op dit landschap.
Dit geschiedde eerst veel later, toen hij in de Jonge Steentijd er zijn eerste gewassen ging kweken na het afbranden van de bossen. In de loop van de eeuwen zou hij meer en meer zijn stempel zetten op dit gebied. Hij zou het vervormen, naar zijn wensen inrichten. En het landschap onderging het. Het bood hem woon- en werkgelegenheid, het bood hem mogelijkheid tot leven. Maar soms traden machtige natuurkrachten in werking en verstoorden hetgeen was opgebouwd met rigoreus geweld. Bomen en bossen werden weggevaagd tot slechts een scherven-laag op een zandbank restte. De mensen trachtten zich te verdedigen, trokken zich op kunstmatige heuvels terug, bouwden dorpen en steden achter zware dijken.
Handelscentra ontstonden, handelaren lieten er prachtige koopmanshuizen bouwen, pakhuizen en vele andere gebouwen verrezen in de steden aan de minuscule wereldzee, waar de schepen van vele landen binnenkwamen, vanwaar de vrachtvaarders, de oorlogsschepen en walvisjagers vertrokken.
Om het water had zich een grandioze handelsmacht gelegerd, die de Zuiderzee tot uitvalspoort maakte voor vele grootse en gedurfde ondernemingen. Er gebeurde zóveel dat het nauwelijks is te beschrijven.
En het was niet alleen de geschiedenis van de mens die zich weerspiegelde in het drabbig water van de Zuiderzee, ook de geschiedenis van het klimaat deed haar invloed gelden. Koudere en warmere perioden wisselden elkaar af, zout-, zoet- en brak-waterfasen volgden op elkaar, flora en fauna vertoonden daarvan de afspiegeling. Aanvankelijk geschiedde dit onder zuiver natuurlijke invloed, later meer en meer door het ingrijpen van de mens. Tenslotte zou het geheel door het technisch kunnen van de hedendaagse mens een volkomen metamorfose ondergaan, welke veel verder nog reikt dan het veranderen van een binnenzee in een zoetwatermeer en van een groot deel van dit meer in land, in grond om op te leven.
Het doel van dit boek is een samenvatting te geven van wat er gebeurde sedert de ijskap dit middengedeelte van Nederland kwam bedekken, een overzicht van tweehonderdduizend jaren, die ook voor de gehele wordingsgeschiedenis van de rest van Nederland zo belangrijk zijn geweest.
Interessant en bevattelijk geschreven geeft dit rijk-gedocumenteerde werk een brede visie op de wordingsgeschiedenis van het gehele „Hart van Nederland", zowel in geologische, archeologische, biologische als historische zin.
Het boek behandelt een gebied, dat na een stille tijd door de grote inpolderingswerken nu weer volop in de belangstelling is gekomen en met recht het „nieuwe hart" van Nederland genoemd mag worden,
ontworsteld aan de zee en bewoonbaar gemaakt door noeste arbeid en samenwerking van vele werkers van hoofd en hand, gesteund door de middelen van de moderne techniek.
|