Omschrijving:
Van Boterkleursel naar Kopieersystemen
De onstaansgeschiedenis van Oce-van der Grinten, 1877 - 1956
Uitg. Martinus Nijhoff, hardcover met stofomslag, geillustreerd.
stofomslag is beschadigd.
Onder red van H.F.J.M. van den Eerenbeemt
Inleiding
Prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt
In 1987 heeft de Raad van Bestuur van Océ-van der Grinten N.V. een team van vier auteurs opdracht gegeven tot het schrijven van de geschiedenis van de onderneming in de periode 1877-1956, met de uitdrukkelijke wens dat de wetenschappelijke kwaliteit van deze geschiedschrijving grote aandacht zou krijgen. De eindverantwoordelijkheid werd daarbij duidelijk aan de redacteur en de auteurs gelaten. Een begeleidingscommissie uit de onderneming was beschikbaar om hen alle gewenste steun te geven.
Deze opdracht resulteerde in de studie die thans voor u ligt. Hierin wordt de blik gericht op het ontstaan rond 1877 en op de ontwikkeling tot 1956 van het bedrijf Océ-van der Grinten. De auteurs zijn gefascineerd geraakt door de vraag hoe het valt te verklaren, dat ondanks de beperkte omvang tot 1956 van deze familie-onderneming toch van begin af aan een duidelijke internationale gerichtheid is te signaleren. Naar hierna zal blijken, gaat de veronderstelling dat een bedrijf groot moet zijn om op de internationale markt te kunnen opereren, in dit geval beslist niet op. Zowel in de beginperiode toen boterkleursel werd gefabriceerd, als in de fase vanaf 1918 toen kopieersystemen al spoedig het voornaamste produkt werden, speelde de buitenlandse afzetmarkt een grote rol.
De studie is verdeeld in twee perioden, namelijk 1877-1918 en 1918-1956. Daarbinnen is gekozen voor een thematische opzet. Het geheel wordt ingeleid door een overzicht van de invloed die is uitgegaan van de vestigingsplaats Venlo en van de rol die de familie Van der Grinten binnen en buiten het bedrijf heeft gespeeld. Dit gedeelte omvat de gehele periode tot 1956.
Een bedrijf is werkzaam binnen de maatschappelijke structuur van de regio. Stad en streek bepalen mede het wel en wee van de onderneming. Maar bedrijven veranderen en structuren blijven evenmin ongewijzigd, zeker gemeten over vele tientallen jaren. De bevolking van Noord-Limburg groeide, de infrastructuur verbeterde. Dat zijn geen processen op zichzelf. Zij gebeuren in samenhang met de economische ontwikkeling en de sociale verhoudingen. Het is een gedifferentieerd interactieproces waarbinnen de onderneming zich ontwikkelt. De bedrijfsomgeving kan remmend of accelererend werken.
Welke aard heeft de vestigingsplaats? Gaat het om een ouder handels- en industriecentrum of een gemeente waar de werknemers nog geheel of gedeeltelijk in een agrarische sfeer leven? Hoe is het in dit verband gesteld met de vereiste 'aanpassing' ..........................
|