Boek details
Auteur Teenstra M.D.
Stop dit item in uw winkelmandje
Titel Stads- en Dorpskroniek Groningen Friesland Drente - Een zeer merkwaardig man moet het geweest zijn. Marten Douwes Teenstra. Geboren in 1795 op het wijde Groninger land in de buurt van Ulrum.
Druk -
Jaartal 1974
Bladzijden -
Categorie geschiedenis
Prijs € 9,00

Omschrijving:

Stads- en Dorpskroniek Groninegn Friesland Drente

M.D. Teenstra

Uitg. van Seijen , hardcover (heruitgave)

Een zeer merkwaardig man moet het geweest zijn. Marten Douwes Teenstra. Geboren in 1795 op het wijde Groninger land in de buurt van Ulrum. Een man die na aanvankelijk voor het boerenvak te zijn grootgebracht, en stammende uit de rijke boerenstand, toch de weg volgde die zijn innerlijke onrust hem dreef. Reizen en schrijven.

Het geslacht Teenstra, oorspronkelijk van Friese afkomst, vestigde zich in 1776 in Groningerland, toen Marten Aedsges te Zuurdijk de thans Castor geheten boerderij kocht voor een bedrag van f. 21.500.—. Deze eenvoudige man, die leefde van 1742 tot 1806, heeft zich, ondanks zware tegenslagen, weten op te werken tot een der toonaangevende boeren, niet alleen van zijn woonplaats doch van de gehele Marne, en zelfs nog verder.

Hij gaf blijk van een helder inzicht toen hij, eerst door de nood gedwongen, later doelbewust, op zijn boerenplaats tot een geheel andere bedrijfsvoering overging dan van ouder tot ouder traditie was geweest. Van de veehouderij ging hij over op de landbouw, waardoor hij tot veel hogere financiele uitkomsten wist te komen, die hem tenslotte maakten tot een der meest welgestelde boeren van zijn streek.

In 1793 wist hij zijn grondbezit aanzienlijk uit te breiden door het aankopen van het oostelijk gedeelte van het grotendeels nog onbedijkte Ruigezand voor een bedrag van f. 46.600.—. Zijn zoons Douwe en Aedsge hebben met steun van hun vader het bestaan om het gehele grondgebied van 377 ha. binnen te dijken. Een reuzenwerk, waarvan het gerucht tot in de verste hoeken van ons land doordrong. De zoon Douwe Martens die leefde van 1768-1823 is driemaal gehuwd geweest, de eerste maal met Jantje Luies Dijkhuis, afkomstig van de grote boerderij Warkemaheerd onder Vierhuizen. Uit dit huwelijk sproot een zoon, Marten Douwes Teenstra , Marten genoemd naar zijn grootvader, Marten Aedsges van Zuurdijk.

Grootvader Marten deed veel aan het bestuderen van de sterren. Zijn grote vriend was de beroemde sterrenkundige Eise Eisinga. Toen deze wegens zijn patriottische gezindheid moest vluchten werd hij door grootvader Marten op zijn Groninger boerderij verborgen. Kleinzoon Marten Douwes de reiziger en schrijver leefde van 1795 tot 1864. Hij werd in 1826 opzichter van bruggen en wegen op Java. Enkele jaren later landbouw-adviseur in Suriname. In 1834 was hij weer in Ulrum terug en kocht daar het huis „Noord-indie". Vervolgens publiceerde hij een stroom van diverse publicaties en boeken. Hij was Doopsgezind en vrijmetselaar. Hij schreef onder andere: „De Ned. West-Indische eilanden", „De negerslaven in Suriname", „De Overzeesche Bezittingen", „Chronologisch overzicht van 1795-1815 voor Groningen, Friesland en Drente". Dit laatste werk was een vervolg op de Kronijk, die in 1859 en 1869 was uitgekomen. Ook schreef hij het bekende boekje „Hans Hannekemaaier". Ook zeer mooi is zijn boekje „De Kinderwereld" met beschrijvingen van de toenmalige kinderspelen.

Teenstra was sociaal zeer bewogen. In „De Kinderwereld" schrijft hij onder meer over de landarbeiders: „Ziet men het lat der arbeiders en dienstboden, dan moet men zich op vele plaatsen, vooral daar waar rijke boeren wonen, bedroeven. Wie onder de dienstbaren ziek wordt, wordt dadelijk in zijn loon gekort en naar huis gezonden. Omtrent het gebrek en lijden der dienstbaren zijn en blijven de boeren zo koud en gevoelloos als de lijken in de graven. Bij de door alien zo hoog geroemde vooruitgang blijft nog steeds de sterke en meerdere de zwakkere en mindere verdrukken en vertrappen". Fel was hij ook tegen de destijds opkornende beweging van Ds. de Cock. Hij wordt genoemd als de schrijver van het enorm in opspraak gebrachte boekje „Ulrum zoals het is en deszelfs toenemende volksbewegingen in Oktober 1834". Teenstra bezat ook een eigen liberaal tijdschrift onder de naam „De Diligence" onder het motto „Mijn zweepslag klieft door de lucht, Het stof stuift om de wagen". De naam was het zinnebeeld van de vooruitgang.

Hij was een felle progressief voor zijn tijd en kwam op voor gelijke rechten van alle mensen. Na het tijdschrift „De Diligence" kwam hij met „De Tijdgenoot" met artikelen over de toestand des vaderlands. Teenstra was een man met een zeer critische geese en een enorm scherpe tong. Mede door de uitgave van zijn Landhuishoudkundige almanakken verkreeg hij in wijde kringen grote bekendheid. Op cynische en niets en niemand ontziende wijze schreef hij over bekende zaken en personen. Ook zichzelf ontzag hij niet. Zeer beken l en zelfs in 1943 opnieUw uitgegeven in Afrika zijn de boeken „De vruchten mijner werkzaamheden" welke hij schreef tijdens zijn verblijf te Kaapstad in 1825. Hij overleed in 1864 te Ulrum en werd daar begraven.

Scans (klik voor een grotere afbeelding)

Teenstra M.D., Stads- en Dorpskroniek Groningen Friesland Drente - Een zeer merkwaardig man moet het geweest zijn. Marten Douwes Teenstra. Geboren in 1795 op het wijde Groninger land in de buurt van Ulrum.