Boek details
Auteur Andersen H.C.
Stop dit item in uw winkelmandje
Titel Sprookjes van H.C. Andersen
Druk 1e
Jaartal 1975
Bladzijden 238
Categorie varia
Prijs € 25,00

Omschrijving:

Sprookjes van H.C. Andersen

Uitg. Kosmos, hardcover met kartonnen box, illustraties van Hans Tegner, nawoord van Willem Wilmink
kartonnen box heeft lichte gebruikssporen


Willem Wilmink

Hans Christian Andersen: wie ziet hem niet voor zich? Het lelijke jonge eendje dat een mooie zwaan werd. De man die sprookjes vertelt, omringd door ademloos luisterende kinderen. Jammer genoeg deugt er van deze voorstelling niets. In een brief die Andersen in juni 1875, vlak voor zijn dood, geschreven heeft, uit hij zijn ergernis over de schetsen voor een standbeeld van hem, dat te Kopenhagen zou worden opgericht. De beeldhouwers hebben niets van hem begrepen, klaagt hij, en zich kennelijk niet gerealiseerd „dat ik nooit voor kon lezen als iemand achter mij zat of vlak op me, laat staan wanneer ik kinderen op schoot en op mijn rug had of kleine Kopenhagertjes boven op me."

Het is zijn schuld niet, dat men hem steeds meer is gaan zien als een schrijver uitsluitend voor kinderen, terwijl zijn werk voor iedereen bedoeld is. Wel heeft hij zelf hard meegewerkt aan die andere foute voorstelling over zijn persoon: die van de mooie zwaan, voortgekomen uit het lelijke eendje. Zowel het betreffende sprookje als zijn autobiografisch boek Het sprookje van mijn leven verdoezelen, hoezeer het jonge eendje van vroeger de latere zwaan bleef dwarszitten, zijn leven lang. De gedachte dat hij zijn oudere halfzuster, een onecht kind van zijn niet al te zedige moeder, nog eens tegen zou komen, vervulde hem keer op keer met schrik. De ontmoeting met een zuster van zijn moeder, bordeelhoudster te Kopenhagen, deed hem zeer weinig plezier. En tot in zijn ouderdom is hij bang geweest dat hij iets te veel op zijn vaders vader leek, een familielid waar hij als kind mee geplaagd werd. Wel sneed die oude man mooie houten vogels, dieren en mannetjes uit, maar als hij ze verkocht vergat hij er geld voor te vragen, en ook had hij de gewoonte om met een papieren hoed op en bedekt met bloemen vreemd zingend door de stad te lopen, omringd door meer kinderen dan Andersen ooit om zich heen had. Deze laatste heeft waarschijnlijk veel van zijn fantasie, van zijn handvaardigheid (hij kon prachtige knipsels maken) en van zijn dwaasheid geërfd van die goedmoedige dorpsgek — waarmee dan meteen de twijfel aan zijn vaders vaderschap is weggenomen.

De neurotische kanten van Andersens persoonlijkheid komen in een sprookje als Het lelijke jonge eendje nauwelijks in het licht. Onthullend in dit opzicht zijn De sparreboom en De sneeuwman, waarvan het eerste het onvermogen beschrijft om geluk anders dan achteraf te beleven, en het tweede in „kachelverlangen" en een kachelpook beelden geeft voor de wens tot zelfdestructie en de grote innerlijke onrust waar Andersen door geplaagd werd. Zijn brieven en dagboek, en ook getuigenissen van tijdgenoten bevestigen de zelfdiagnose van deze twee sprookjes. We hoeven maar te denken aan zijn eeuwige kiespijn, die onder meer zijn feërieke huldiging te Oden-se volkomen voor hem bedierf, aan zijn angsten, vermeende ziektes, bijna dagelijkse huilbuien, aan zijn overdreven voorzorgsmaatregelen voor op reis, zoals de brief die hij op zijn hotelbedden placht te prikken en die vermeldde dat hij niet echt dood was. Dit voor het geval dat een overijverige hotelhouder hem in schijndode toestand zou aantreffen, en zou besluiten hem te begraven.


Scans (klik voor een grotere afbeelding)

Andersen H.C., Sprookjes van H.C. Andersen Andersen H.C., Sprookjes van H.C. Andersen Andersen H.C., Sprookjes van H.C. Andersen