Omschrijving:
Schliemann ontdekt Troje
Wiese Joh. J. von
uitgever - WB - softcover
EERSTE DEEL
Het licht van de avondzon speelde om de zuilen van de hope Trojaanse burcht. De voorhof van de burcht was stil, vredig en bijna verlaten. Uit de zalen klonk het gerucht van een mensenmenigte die samenstroomde, het helle wapengekletter en de zware stappen van krijgers. Er werd gewacht op de komst van de koning.
De oude Koning Priamos stond op de burchttoren en tuurde naar de Berg der Goden, het Ida-gebergte. De laatste zonnestralen gloeiden op zijn gouden helm. Priamos dankte de goden, omdat ze de Trojanen, ofschoon niet de zege geschonken, dan toch bevrijd hadden van de belegering, die tien jaar had geduurd. Want het Griekse leger had met zijn schepen het Trojaanse grondgebied verlaten.
De oude koning dacht aan de afgelopen jaren, aan de verschrikkingen, aan de bloedige gevechten die om de stad gewoed hadden, aan Hektor, zijn lievelingskind, die door de razende Achilleus was verslagen en gedood. Hij dacht... en hij vergat de krijgers die in de feestelijk versierde zalen op hem wachtten. Zijn zoon Paris was tenslotte verplicht, hem van de toren weg te halen en hem naar de feestvierders te brengen.
Heel Troje was dronken van geluk, omdat de Lange, uitputtende strijd met de Grieken tenslotte toch geeindigd was. Op de burcht en in de stad werd de bevrijding gevierd in een wilde roes...
Omstreeks middernacht, toen de feestroes aan het uitsterven was en de door het feesten uitgeputte mannen in de grote zaal samen nog wat zaten te drinken, viel een troep gewapende krijgers de zaal binnen en richtten een slachting aan onder de weerloze, dronken mannen, die de tijd niet hadden om naar de wapens te grijpen.
De Trojanen vochten in razende vertwijfeling, maar het Griekse leger, dat ze vertrokken waanden, drong de burcht binnen ; alle poorten stonden wijd open en er stroomden onafgebroken Griekse krijgers naar binnen.
— Verraad ! Verraad ! schreeuwden de Trojanen. Vrouwen en kinderen kwamen huilend uit de huizen
|