Omschrijving:
Schatten op de zeebodem
Jacques Yves Cousteau en Philippe Diole
Uitg. Bruna, hardcover, geillustreerd.
Band licht beschadigd, hoekje uit schutblad.
Op 18 juli 1968, om half negen in de ochtend, koerst de Calypso met matige snelheid in noordelijke richting. In de lucht drijven verspreide wolkjes en de zee is van een kalm blauwgroen dat af en toe door een licht briesje gerimpeld wordt. Het water is kristalhelder en we kunnen duidelijk de zeebodem, vijftig voet onder ons, onderscheiden. Overal om ons heen glinsteren koraalformaties in de gouden stralen van de zon; sommige steken boven het water uit, andere reiken tot vlak onder het oppervlak, als door Neptunus uitgezette valstrikken waarin de argeloze zeevaarder gevangen kan worden. Van onze reizen in de Rode Zee, naar de eilandengroepen van Far San en Suakin, weten we dat deze koraalformaties, hoe mooi ze ook mogen zijn, een dodelijk gevaar betekenen. Iedereen aan boord is op zijn hoede. Eén moment van onoplettendheid, éen verkeerde manoeuvre - en de romp van de Calypso kan door het messcherpe koraal worden opengereten.
De Caraibische Zee waarin we ons nu bevinden, is een koraalzee die zich in sommige opzichten van andere koraalzeeën onderscheidt. Het koraal is even mooi en even gevaarlijk. Koraal wordt in iedere zee ter wereld aangetroffen. Het totale oppervlak dat er door beslagen wordt is ongeveer twintigmaal zo groot als dat van Amerika of Europa. Het is een wereld op zichzelf, met eigen wetten en levensomstandigheden. Een wereld die door de Calypso nauwgezet verkend is. We zijn nu in de Caraibische Zee om die verkenning ook op een andere breedtegraad voort te zetten, met een bedoeling die enigszins afwijkt van de opzet van onze eerdere reizen. We zijn van plan door te dringen in een van de meest verraderlijke koraalgebieden van de Caraibische Zee, de beruchte Silver Bank, gelegen ten noordoosten van het eiland Hispaniola.
|