Omschrijving:
Rotterdam en de eeuw van het goede geweten
Peter Hintzen
Uitg. Europese Bibliotheek, hardcover, geillustreerd.
Rotterdam: de voorgeschiedenis
Een late start
Toen Dordrecht, Vlaardingen, Schiedam en Gouda al woonplaatsen en steden waren van prille betekenis, was de plek waar Rotterdam ligt nog een drassig halfmoeras. Rotterdam is een laatkomer onder de steden van Holland.
De Hollandse kuststrook is, geologisch gesproken, piepjong. En in dat jeugdig gebied is Rotterdam een van de jongste stukjes grond. Het westelijk deel van ons land is ontstaan als een haf, een lagune. Dat haf strekte zich uit van Calais tot Texel. Zulke haffen bevinden zich tegenwoordig nog aan de Duitse noordkust. Maar zij zijn daar open water gebleven. De Hollandse haff van duizenden jaren geleden slibde geleidelijk aan dicht.
Het begon allemaal zo'n zesenhalfduizend jaar geleden. De zee verschafte zich toen een doorgang tussen Engeland en het vasteland. Zo ontstond het Nauw van Calais. Door deze smalle opening bruiste een zeestroming die klei en zand aanvoerde. Er vormde zich een landtong noordwaarts van Calais waarop zandduinen ontstonden.
De oorspronkelijke duinen hebben gelegen waar zich thans Utrecht en Brabant bevinden. Tegen die oude zeewering stuwden de Rijn, de Maas en de telkens weer binnendringende zeeklei en zand op. Daardoor werd de lagune steeds ondieper. In de ondiepte groeiden planten die tot veen werden. Zo onstond Zuid-Holland, een drassig gebied. Hier en daar staken de vroegere zandbanken boven de klei en het veen uit.
Waar nu 's werelds grootste havenstad ligt, daar kabbelde in Romeinse tijden een groot meer, het Helinium. Het maakte deel uit van de mond van de Merwede (want zo heette vroeger de rivierstroom tot aan de kust). Langs dit water liep een Romeinse heerbaan. Daar waar thans de Oudedijk en de 's Gravenweg lopen, moeten de laarzen hebben gestampt van de Romeinse legioenen op weg naar hun steunpunten in Voorburg en Leiden.
Ondernemende heren stichtten in de 10e eeuw een graafschap. Aanvankelijk bezaten zij slechts het Kennemerland. Graaf Dirk III consolideerde het graafschap. Hij breidde het uit door lieden onder zijn grafelijke hoede te nemen, die het drassige land in het zuiden waren gaan ontginnen. Hij bouwde een sterkte op de zandplaat van Vlaardingen, waar sinds onheugelijke tijden .....................................................................
|