Omschrijving:
Rome roept
J.W. Hofwijk
Uitg. De Koepel, hardcover, geillustreerd
Douanes en Knoflook.
In het begin van de zeventiende eeuw werd te Venetie een reisgids voor "heel de wereld" gedrukt. Min of meer door onze spoortabellen aan deze uiterst simpele tijdsschemata ontwend, kan men er toch de toentertijd gebruikelijke reisroute uit distilleren: van Brussel liep de postweg naar Italie over Namen, door Duitsland naar Augsburg, over Insbruck, Trente, Bologna, Florence, Siena en Viterbo. Viterbo vormde de laatste pleisterplaats voor het einddoel: Rome. Over Zwitserland reizen was weliswaar korter, maar veel oncomfortabeler (afgezien nog van het risico dat men liep van aan bergtoppen vast te vriezen).
Op dit laatste traject was het bovendien niet steeds zeker, dat men bij elke pleisterplaats onmiddellijk van paarden kon verwisselen, terwijl het logies in dit toen nog vrij onherbergzame land eveneens veel te wensen schijnt te hebben overgelaten. Elke Zaterdag vertrok vanuit Brussel en Rome de gewone koerier. Het gezelschap in een postkoets bestond meestal uit de postillion, zijn knecht en ten hoogste drie reizigers.
Een reis naar Rome per eigen gelegenheid moet in die dagen meer dan tweeduizend gulden hebben gekost, nog afgezien van het dubbele tarief op bepaalde steile hellingen, waar vier trekpaarden extra betaald moesten worden. Tussen Parijs en Rome moest men niet minder dan honderd twee en twintig keer pleisteren, wanneer men geheel de landroute volgde. Een reis over zee bracht weer haar eigen risico mee. Men liep kans door piraten. te worden overvallen en eventueel zoals de eerzame zilversmeden uit Leeuwarden, de gebroeders de Valk, schijnt te zijn overkomen, als slaaf naar Barbarije te worden verkocht.
Wie minder goed bij kas was of er een typische pelgrimstocht van maakte, welke vaak doorliep naar Compostella, deed de reis te voet. Voor zover wij hebben achterhaald had reeds de schilder Spoethof de primeur van driemaal een voetreis naar Rome te hebben gemaakt. Zijn biograaf Houbraken deelt van hem mee, dat hij "driemaal op zijn voeten naar Roomen gewandeld" is. Overigens hebben er natuurlijk duizenden, reeds in de oudheid deze voettocht gemaakt.
Tacitus vertelt al hoe in 5 na Chr. gezanten van de Friezen, ......................................................
|