Omschrijving:
Rijswijk
Belcampo
Uitg. Mouton, Softcover, Geillustreerd
omslag wat verkleurd
De romeinse tijd
Levende wezens nestelen zich overal waar zij maar even kunnen blijven bestaan. Gronden moesten, om voor mensen bewoonbaar te zijn, boven het water blijven uitsteken. In ons land waren dit in de laatste eeuwen vóór onze jaartelling allereerst de oostelijk en zuidelijk gelegen diluviale zandgronden, de duinstrook, de door aanslibbing van zand en klei gevormde hoge oevers langs de grote rivieren en dan nog enkele geïsoleerde hoogten, de natuurlijke eilanden van diluvium als Gaasterland, Urk en Muiderberg en de door mensenhand opgeworpen terpen en woerden. De hele rest bestond uit plassen en moerassen waar de dieren heer en meester waren.
Van Rijswijk was er toen natuurlijk nog geen sprake maar toch behoorde deze plek al tot het bewoonbare deel van ons land. Hij lag en ligt nog steeds aan de binnenrand van de duinstrook.
Sinds de Atlantische Oceaan tussen Frankrijk en Engeland in de Noordzee doorbrak liep de vloedstroom twee keer per etmaal voor de delta's van Schelde, Maas en Rijn langs, deponeerde daar de stranden en de wind woei hier weer duinen van. Zo ontstond, ver voor de historische tijden de schoorwal, een lange, smalle zandstrook, die boven water bleef en waarop zich van meet af aan mensen konden vestigen.
|