Omschrijving:
Reis door Rusland
Joseph Roth
Uitg. Bas Lubberhuizen, softcover
DE STEDEN AAN de Wolga zijn de treurigste die ik ooit gezien heb. Zij herinneren aan de verwoeste steden uit het Franse oorlogsgebied. Deze huizen brandden in de rode burgeroorlog - en daarna zagen hun ruines de witte honger door de straten galopperen. Honderd keer, duizend keer stierven de mensen. Zij aten katten, honden, raven, ratten en verhongerde kinderen. Zij beten zich de handen kapot en dronken hun eigen bloed. Zij krabden in de grond en zochten naar vette regenwormen en naar witte kalk die het oog voor kaas hield. Twee uur nadat zij gegeten hadden, stierven zij onder grote pijnen. Dat deze steden überhaupt' nog in leven zijn! Dat de mensen bij het handelen nog afdingen, koffers dragen, appels verkopen, kinderen verwekken en baren! Er groeit nu al een generatie op die de angst niet kent, er staan al steigers en timmerlieden en metselaars zijn al doende het nieuwe op te richten.
Dit is een fragment uit een van de feuilletons, zoals persoonlijk getinte reportages toen algemeen genoemd werden, die Joseph Roth in de Frankfurter Zeitung publiceerde over zijn reis door de Sovjet-Unie in de winter van 1926-'27. Hij schreef over zeer uiteenlopende onderwerpen: het Russische straatbeeld, de positie van de joden, de viering van de revolutie, de vrouw en de seksuele revolutie, de prostitutie, de kerk en het athe?sme, de school en de jeugd, de Russische theaters en het Jiddische toneel, enzovoort. Anders dan veel andere schrijvers was hij tamelijk pessimistisch over de afloop van het sociale experiment dat de Sovjet-Unie in feite was. Hij geloofde niet dat daar een nieuwe samenleving met een nieuwe mens was ontstaan.
`Ik teken het gezicht van de tijd,' omschreef Joseph Roth (1894-1939) zijn opdracht om reportages in een grote krant te schrijven.
|