Omschrijving:
Papendrecht dorp aan de rivier, beschrijving van een Zuid Hollands dijkdorp
Visser H.A.
Uitg. Voorhoeve, hardcover, geillustreerd
zonder jaartal
PAPENDRECHT ALS HEERLIJKHEID
Papendrecht, de plaats onzer inwoning, was vroeger een „Heerlijkheid", dat wil zeggen een adellijke bezitting. Nu is het een zelfstandige gemeente met een eigen burgemeester. Het lag, evenals Alblasserdam, de Kinderdijk, Oud-Alblas en NieuwLekkerland, aanvankelijk buiten de eigenlijke bedijking van de Alblasserwaard en vormde een polder, waarvan het jaar van indijking onbekend is.
Onze plaats is een dijkgemeente en haar ontstaan hangt ten nauwste samen met de ontwikkeling van de bedijkingen in de streek tussen Lek en Merwede. Vaststaande feiten omtrent de vermoedelijke eerste wordingsgeschiedenis van de omkadingen en inpolderingen ontbreken, en tot voor kort nam men aan dat de eerste menselijke nederzetting ongeveer dagtekent van het einde van de tiende eeuw. Opgravingen tijdens de bouw van de uitbreiding van de Nederlandse Kabelfabriek te Alblasserdam in 1962 hebben inmiddels bewezen dat daar reeds in de Romeinse tijd sprake van bewoning was en bekend is ook dat langs het latere Oud-Alblas in die tijd een belangrijke heerweg liep.
Bij de genoemde opgravingen in de Vinkenpolder — een polder, die grenst aan de polder „Papendrecht" — is gebleken dat aan de oevers van een nu reeds lang dichtgeslibde kreek, die de Alblas verbond met de Noord en die liep van de kerk van Oud-Alblas tot aan de Alblasserdamse watertoren, een vrij uitgebreide Romeinse nederzetting gevestigd is geweest. Duidelijke sporen van Romeinse bewoning uit de eerste- en de tweede eeuw na Chr. heeft men hier aangetroffen.
Zoals bekend is de Romeinse bezetting van ons land begonnen in 't jaar 57 vóór Chr. met het binnentrekken van de Romeinse legioenen onder aanvoering van Julius Ceasar. Toen de Romeinen na ongeveer vier eeuwen de aftocht weer moesten blazen, verdween met hen ook hun cultuur uit ons land. Of er in onze omgeving vóór, tijdens en in de eerste eeuwen na deze bezetting ook al sprake is geweest van bewoning door een inheemse (Germaanse) boerenbevolking, is bij de genoemde opgravingen niet aan het licht gekomen. Men neemt aan dat dit niet het geval is geweest.
|