Omschrijving:
Op bedevaart, voor studie, voor overleg in Rome, een geschiedenis, een uitnodiging
Friezen, Franken, Nederlanders
Muskens M.P.M.
Uitg. Pauselijk Ned. College, softcover, geillustreerd.
PELGRIMS IN ROME
INLEIDENDE OPMERKINGEN
De eerste contacten van ons land met Rome kwamen tot stand door de Gallo-Romaanse bevolking in en rond de garnizoensplaatsen van het Romeinse leger in de Lage Landen. Vanaf de ineenstorting van het Romeinse rijk, vijf- de-zesde eeuw, tot aan de vitale periode van de Middeleeuwen, elfde-dertiende eeuw, heerste er een bijna permanente chaos in West-Europa. Wij kunnen ons nu nauwelijks nog een voorstelling maken van de primitieve samenleving in die vijf eeuwen, voortdurend bedreigd door rooftochten van de Noormannen en door interne oorlogen.
De twee enige uitzonderingen hierop waren de regering van Karel de Grote (overl. 844) en die van Alfred de Grote in Engeland (overl. 901).
Dat neemt niet weg, dat enige tijd na de grote Volksverhuizing de trek van pelgrims naar Rome begint.
Men zou liever naar het Heilig Land gegaan zijn, maar Jerusalem en Palestina waren sinds 638 door de Islamieten bezet. Van de nieuw aangekomen en pas gekerstende volken in Noord-West Europa na de Volksverhuizing, trokken allereerst grote groepen Angel-Saksen naar Rome.
Wanneer uit Ierland en Engeland afkomstige reismissionarissen, reeds met bedevaarten vertrouwd, in onze routes streken komen, moedigen zij zeker bedevaarten naar Rome aan. Vele monniken en ook koningen zoals Alfred de Grote, die zelfs door zijn vader naar Rome was gezonden om daar opgevoed te worden, en voor hem Karel de Grote bezoeken Rome meerdere malen.
Geleidelijk ontwikkelt zich een uitgebreid net van pleisterplaatsen, meestal kloosters met ruime gastenverblijven zoals Bobbio in Noord Italie, of steden zoals Pavia waar een vorst woonde. Kloosters en vorsten konden de pelgrims bescherming bieden. Enige van deze kloosters zijn door Ierse of Anglo-Saksische monniken gesticht zoals Bobbio (c. 612) en in Zwitserland St. Gallen (c. 613). Men reisde te voet, per boot of te paard via de meest bekende routes. Een daarvan was die welke liep over Besancon, Pontarlier, Vallorbe, Lausanne, Vevey, St. Maurice-en-Valais en Martigny en dan over de St. Bernard-pas naar Bobbio en Pavia. Het genoemde Vevey was een zeer bekend trefpunt van pelgrims uit diverse richtingen en van diverse volken. Een reisverslag uit de jaren 1151-1154 somt pelgrims op, die daar bijeen zijn: Franken, Vlamingen, Galliėrs, Anglen, Saxen en Scandinaviėrs. Vanuit het noorden reisde men bij voorkeur in het voorjaar over de Rijn tot Basel om dan in de zomer over de St. Gothard te trekken. De reis naar Marseille maken om dan met de boot naar Rome over te steken was te gevaarlijk wegens piraten op zee, voornamelijk Moslims uit Spanje.
De Rijn-route lag voor pelgrims uit ons land het meest voor de hand. Meestal reisden zij in groepen om zo beter tegen overvallen beschermd te zijn.
......................
|