Omschrijving:
Ode aan het Vondelpark
Bekkers Gaston, Gaasbeek Fred, Kurpershoek Ernest, Ligtelijn Merel, Roever Margriet de, Strak Harold
Uitg. D'Arts Amsterdam, hardover, geillustreerd
Voorwoord
Wie paardrijdt, rijtuig houdt, wielrijder is, in het voorjaar de natuur wil zien ontwaken, des zomers genieten van de frissche lucht, des winters op bevroren vijvers wil schaatsenrijden of arren over den gladden weg vindt het Vondelspark. voor zich geopend en denkt misschien, niet eens aan al de geestkracht die het gekost heeft om het te maken tot wat het is. Het bestaat nu eenmaal alsof het er altijd is geweest en men geniet er van, zonder zich om zijn wordingsgeschiedenis te bekommeren.'
Deze regels schreef Eduard van Tsoe-Meiren in 1892 over het toen 27-jaar jonge park.
Ruim een eeuw later bewijst het grote aantal mensen dat intekende op Ode aan het Vondelpark het
tegendeel.
De oprichters van het Vondelpark zouden vandaag de dag hun ogen niet geloven; een lama
in de wei en krijsende halsbandparkieten in de lucht. Een schril contrast met het 'Rij- en Wandelpark', zoals zij dat bij de oprichting in 1864 voor ogen zullen hebben gehad. Wandelaars, ruiters en rijtuigen waren in die eerste jaren de voornaamste gebruikers. Later gevolgd door gehaaste fietsers, zwetende
joggers, voorbijflitsende skaters en racende rolstoelers.
Het Vondelpark vormt de riante achtertuin van het Revalidatiecentrum Amsterdam aan de Overtoom. Voor revalidanten is het dé plek waar zij zich na een ongeluk of andere catastrofe opnieuw met de wereld moeten verzoenen. Tijdens de maanden die ik in 1995 aan de rand van het park heb doorgebracht, heb ik ervaren dat het leven in een rolstoel van een volstrekt andere orde is. Gezeten in een rolstoel ervaarde ik de omgeving vanuit een ander perspectief. Het betekende een hernieuwde kennismaking met het Vondelpark waar ik voorheen als Amsterdammer met de door Van Tsoe-Meiren beschreven vanzelfsprekendheid gebruik van maakte.
In 1995, tijdens een van de mooiste zomers van de eeuw, werd het idee voor een prachtboek over het Vondelpark geboren. Een ode moest het worden. Belangrijk was het perspectief van waaruit het park in beeld zou worden gebracht, dat moest nieuw en anders. Willem van Zoeten-daal kwam met het idee om het park vanuit de omringende huizen te fotograferen en Harold Strak voerde het op een bijzondere wijze uit. Het resultaat is een serie panoramafoto's die het park en de aangrenzende interieurs in beeld brengt. Bij de foto's is omwille van de privacy van de bewoners geen adres opgenomen.
Ode aan het Vondelpark verschijnt ter gelegenheid van het To-jarig bestaan van het kunsthistorisch bureau D'ARTS. Het is een eerbetoon aan de unieke samenwerking met mijn compagnon Paul Spies en alle medewerkers.
Bij de realisatie van dit project zijn talloze mensen betrokken geweest die ik hartelijk wil bedanken voor hun medewerking en steun in morele en financiële zin: de omwonenden van het park die Harold Strak in staat hebben gesteld om vanuit hun woning kantoor of instelling te fotograferen; Stadsecologie en in het bijzonder Martin Melchers; Stadsdeel Zuid en met name Inge Lavalette en Daan Aeijelts; de Gerrit Rietveld Academie; het Gemeentearchief Amsterdam; drukkerij Mart. Spruijt; boekbinderij Van Waarden; de intekenaren, die een boek kochten zonder het te hebben gezien; Bas Lubberhuizen; de Stichting VSB-fonds en de Stichting Charema, Fonds voor Geschiedenis en Kunst.
Een bijzonder woord van dank richt ik ten slotte aan Jon Verhave, Paul Prenen, Jan Meursinge Reynders, Marit de Koning, Frank Ettema, Koosje Hofman en Judith van den Bos voor hun kameraadschap, steun en liefde in en rond het Vondelpark.
Het Vondelpark is sinds 1996 een Rijksmonument. Een beloning voor al de geestkracht die het gekost heeft om het te maken tot wat het is. Voor het waarmaken van de nieuwe monumentenstatus zal het niet zozeer aankomen op geestkracht maar op daadkracht: het Amsterdamse Vondelpark is gebaat bij een Rotterdams adagium: geen woorden maar daden!
Rob van Zoest
|