Omschrijving:
Nederlandsch Jaarboek voor Fotokunst 1942/43
Speekhout G.J.
Uitg. Smit Hengelo, hardcover, geillustreerd
Ex-libris op schutblad
Inleiding
De wensch, die wij aan het einde van de inleiding bij ons vorig Jaarboek uitspraken, is helaas niet in vervulling gegaan. Nog woedt de oorlog in volle hevigheid over de geheele wereld. Ondanks de moeilijke tijdsomstandigheden hebben wij dit boek weer kunnen voorbereiden, dank zij de medewerking van onze Nederlandsche vak- en amateurfotografen en de auteurs, die zich op ons verzoek bereid verklaarden een bijdrage te schrijven. Ook dit jaar hadden wij voor het illustratief gedeelte weer te kiezen uit een overvloed van fotografisch beeldmateriaal, niet minder dan ruim 1000 foto's werden hiervoor aangeboden.
Dat die keuze dikwijls buitengewoon moeilijk was en dat van vele inzenders niets kon worden gereproduceerd, is bij een dergelijk aanbod te begrijpen. Wij hopen van harte dat niemand zich daardoor zal laten ontmoedigen, en dat onze Nederlandsche werkers voor de volgende uitgave eens extra hun best zullen doen, om zoo mogelijk een plaatsje te veroveren. Gemakkelijk is dit natuurlijk niet, doch daarin schuilt dan ook de groote voldoening.
Het kan goed zijn, de doelstelling van deze uitgave nog eens duidelijk te formuleeren. Deze doelstelling is tweeledig en in weinig woorden samen te vatten: ten eerste te toonen, wat Nederlandsche vak- en amateurfotografen vermogen te scheppen, en ten tweede, door een aantal goede en verantwoorde werken in een typografisch uitmuntend verzorgde uitgave weer te geven en daarmede de beoefening der kunstzinnige fotografie in Nederland te dienen.
Hoe staat het eigenlijk met deze beoefening van de kunstzinnige fotografie in ons land?
Wanneer wij een belangrijke fototentoonstelling bezoeken, de z.g. "invitatiesalons" niet uitgezonderd, dan vinden wij daar mooi en minder mooi werk, technisch goed verzorgd, voor het grootste deel althans (er zijn ook nog wel inzendingen, die in dit opzicht te kort schieten en die er eigenlijk nog niet hooren), goed gemonteerd op keurige cartons, kortom verdienstelijk werk.
Door de genormaliseerde formaten der opzetcartons maakt zoo'n expositie een ordelijken en verzorgden indruk en het is dus allas wel in orde zou men zoo zeggen. En toch. . . ., en toch, wat zoeken wij dikwijls tevergeefs naar de foto die ons treft, die tusschen al dat goede werk er plotseling uitspringt, waarbij we tot ons zelf zeggen: "Ja, dat is het, dat is subliem, raakl" Waarom treffen we dat zoo zelden, waarom boeit ons een foto zoo zelden door een bijzondere, zeer eigen visie, door een sterke persoonlijke voordracht en behandeling van het onderwerp, waarom voelen wij zoo zelden den mensch, die er achter staat; tenslotte: waarom is het gros der foto's, die gemaakt en geexposeerd worden, zoo hopeloos middelmatig? Hebben wij, Nederlanders, dan zoo weinig verbeeldingskracht, is onze opmerkingsgave over het algemeen niet voldoende ontwikkeld, hebben wij geen "fotografisch oog", ontbreekt het ons aan fantasie en durf om uitzonderlijke situaties of gegevens tot het onderwerp van ons werk te maken? Is het onze landsaard, onze Nederlandsche mentaliteit die, ondanks haar vele voortreffelijke kwaliteiten, ons parten speelt? In een bijdrage schrijft Dr. H. M. Dekking elders in dit werk: "Hoe minder schilderstraditie een land heeft, hoe beter fotowerk".
Of dit het juiste antwoord op onze vragen is, willen we hier in het midden laten, in elk geval is deze aanhaling waard ernstig te worden overdacht. Wat ook de oorzaak zij, wij willen hier volstaan met de conclusie, dat de situatie er is. En wij zijn het met den auteur eens, dat wij ons meer en meer moeten bezinnen op de specifiek fotografische mogelijkheden, dat wij ernstig zullen moeten trachten, de fotografische techniek, zoowel in het negatief als in positief proces, volkomen te leeren beheerschen, opdat wij onze fotografische middelen zoo zullen kunnen gebruiken, dat wij onze intenties op een eigen manier, klaar en suggestief kunnen mededeelen. .................................
|