Omschrijving:
Met uitzicht op het plein
Fred Penninga
Twee novellen
Berlijn, 10 mei 1933, Neurenberg, 20 november 1945
Uitgever: Tulip, hardcover met stofomslag, zonder jaartal
Het boek Met uitzicht op het plein schetst in twee novellen het dilemma van de schrijver Bertold Bürger; ooit het zelfgekozen pseudoniem van de beter bekende Erich Kästner.
De eerste novelle speelt in Berlijn, op 10 mei 1933, de dag waarop de schrijver van overheidswege wordt 'verboden' en zijn boeken worden verbrand. De tweede novelle speelt in Neurenberg,
op 20 november 1945, de dag waarop de schrijver, als officieel genodigde 'waarnemer', de opening van het oorlogstribunaal bijwoont.
In de eerste novelle besluit Bürger geheime aantekeningen te maken over de gebeurtenissen in het Derde Rijk om daar later als 'ooggetuige' verslag van te kunnen doen. Hij ziet, op grond van grote woorden als integriteit en verantwoordelijkheid, geen andere keus. Hij is immers schrijver.
In de tweede novelle komt Bürger tot de conclusie dat er geen woorden genoeg zullen zijn om het drama dat zich in Duitsland - en de wereld - heeft voltrokken te beschrijven. Ook al is hij schrijver en - ironisch genoeg uitgenodigd om als waarnemer het proces van Neurenberg bij te wonen.
Op het eerste gezicht lijkt Met uitzicht op het plein een boek over het nazisme en de nagalm van de Tweede Wereldoorlog in het Duitsland van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Toch gaat het daar niet om. Met uitzicht op het plein gaat over een onderliggend, tijdlozer thema: de strijd tussen moeten schrijven ... en dat niet kunnen.
|