Omschrijving:
Met het oog op de dood
Philippe Ariès
Uitg. Wetenschappelijke Uitgeverij, hardcover met stofomslag
De dood krijgt als studie-object in toenemende mate belangstelling. Maar een geschiedenis van de houding tegenover de dood, die Philippe Aries in dit werk presenteert, is nog niet geschreven. De auteur, bekend door tal van publikaties op het gebied van de sociale geschiedenis, baseert zich bij zijn onderzoek op wat er bekend is over ceremoniele gebruiken, volksverhalen, literatuur en kunst.
Aanvankelijk vertoonde de houding tegenover de dood een mengsel van lijdzame berusting en religieuze overgave: men aanvaardde met vertrouwen wat men beschouwde als het lot van de mens. Aries vertelt hoe monniken, ridders en jonkvrouwen, zich bewust van het naderende einde op grond van natuurlijke tekens of — vaker — een voorgevoel, zich op de dood voorbereidden door het verrichten van korte plechtigheden, wel te onderscheiden van de begrafenis- en rouwceremonies.
De stervende organiseerde de verschillende doodsrituelen zelf, maar het waren publieke gebeurtenissen die verliepen volgens een vast, voorgeschreven stramien. Door na te gaan, wat de laatste woorden van een stervende waren, hoe de dood werd voorbereid, in welke mate de doden onder de levenden verkeerden, en welke invloed de economische en technische ontwikkelingen hadden, ontdekte Aries een geleidelijke verandering in de opvatting over de dood. De eenvoudige en naleve aanvaarding van de dood als lotsbestemming ging over in een minder berustende houding, gepaard met een meer geIndividualiseerde en sours erotische opvatting van de dood; ten slotte werd de dood als bestanddeel van de samenleving zonder meer verworpen.
Een erotische opvatting van de dood vindt men bij voorbeeld in de schilderkunst en de literatuur; de dood wordt er gezien als een verkrachting van de persoon. Voor wat het heden betreft, wijst Aries op onze weerzin tegen het spreken over de dood, op de ontmenselijking van de dood in de ziekenhuizen, op het feit dat de stervende bij de voorbereidingen op zijn eigen dood geen enkele actieve rol speelt. Dergelijke feiten illustreren de .........................
|