Omschrijving:
Memoires van M.B. van der Jagt
Oud Gouverneur van Soerakarta
Uitgever: Leopolds, hardcover, geïllustreerd
enige oude plakbandresten op schutblad
Het waren de lange, eindeloze avonden van de oorlog toen wij reeds om acht uur binnenshuis.moesten zijn, die mij, aangemoedigd van bevriende zijde, vooral door H. M. du Croo (Brammetje), ertoe brachten mémoires te gaan schrijven.
Moeilijk alleen viel het mij mijn gedachten te concentreren, telkens weer te beginnen met het napluizen en nalezen van aantekeningen, brieven, boeken, wanneer ik door een schokkende gebeurtenis was gestoord en uit de stemming geraakt. Bevelen, vorderingen, razzia's volgden elkander meer en meer op.
Door de voortdurende evacuaties was onze en niet het minst onze Indische samenleving, meedogenloos uit elkaar gerukt. Wie z.g. "uitgeschakeld was uit het arbeidsproces" en dat was immers verreweg het merendeel onzer oud-Indischgasten, gepensioneerden en renteniers, moest binnen de kortst mogelijke tijd en onder de moeilijkste omstandigheden Den Haag verlaten en in wintertijd zien ergens buiten een nieuw onderdak te vinden.
Zelf was ik, begin Januari 1943, als voorzitter van de Vereniging Indië-Nederland nog sociaal werk verrichtende, vanuit de Stadhouderslaan, na enige omzwerving met mijn hebben en houden, terecht gekomen in de Juliana van Stolberglaan No. 46. Ik werd er nog driemaal met nieuwe evacuatie bedreigd en vermoedde weinig wat mij daar nog verder te wachten stond.
De belangstelling voor Indië was hoog opgelaaid. Men kon niet genoeg over Indië, dat sedert 1942 hermetisch voor ons gesloten was, horen en praten, lezen en schrijven. Zo kwam dan, einde 1944, toch dit manuscript tot stand en werd veilig in zijn safe opgeborgen, wachtende met het verschijnen in druk totdat in de eerste plaats de heersende papierschaarste beëindigd zou zijn.
De voorzienigheid was tot zoverre met mij geweest. Verder schrijven van mémoires zou mij binnenkort vrijwel onmogelijk zijn.
Met de winter van 1944-1945 was onze kwaadste, onze meest zenuwslopende tijd aangebroken, de eindperiode met haar gebrek aan alles, van koude lijden en duisternis en hongeroedeem, het rooien voor brandstof van onze lanen en het opbreken van het straatasfalt, van onze stumperige verlichting met olie- en nachtpitjes wegens totaal gas- en stroomgemis, het teren op suikerbiet ………….
|