Omschrijving:
Marco Polo
Uitg. Fibula, hardcover, geillustreerd
Naar de film Marco Polo, geproduceerd door de RAI
UIT HET DAGBOEK VAN RUSTICHELLO
Die avond, toen ze hem hier binnendroegen, dacht ik niet dat hij de ochtend nog zou halen. Zijn bewakers legden hem voorzichtig op mijn bed en gingen
weer weg, terwijl ze een jongeman achterlieten om voor hem te zorgen. Hij was er slecht aan toe: iemand had die stakker dusdanig afgetuigd dat hij buiten bewustzijn geraakt was en zijn nog niet geheelde wonden weer waren opengegaan. Hij was doodsbleek, zat onder het bloed en had hoge koorts. Wij hielpen hem uit zijn kleren en dekten hem toe: het was een man van een jaar of vijfenveertig en fors gebouwd. Zijn kledij, hoewel bijna helemaal aan flarden, was van uitstekende stof gemaakt en zag er nog elegant en rijk uit. Ik vulde een kom met water en de jongen wreef zijn gezicht met een natte lap schoon waarna hij koude kompressen op zijn voorhoofd begon te leggen.
'Wie is het?' vroeg ik.
'Heer Marco Polo,' antwoordde hij kort.
Uit zijn accent kon ik opmaken dat hij uit Venetië kwam. 'Wie hebben hem zo toegetakeld? De Genuezen?'
'Ja, de wonden hebben zij hem tijdens de zeeslag bezorgd.' 'Maar die blauwe plekken?'
Hij maakte een beweging met zijn hoofd, een beetje verslagen, en mompelde: 'Die idioten, in de kerkers beneden. Die van onszelf.'
Ik probeerde me voor te stellen wat er gebeurd was. Een paar dagen tevoren waren de Venetiaanse soldaten aangekomen die in de slag van Curzola, op 7 september, gevangen waren genomen. Velen van hen waren gewond, terwijl ze allemaal heetgebakerd van de dorst, kwellingen en woede waren. Precies zoals ze aankwamen, werden ze groepje voor groepje in de onderaardse kerkers van de vesting gesmeten, zonder een halmpje stro om op te liggen, zonder dekens - terwijl het ijskoud is daar 's nachts -, zonder enig ander licht dan het streepje dat door de smalle schietgaten valt. Een hel. En in zo'n hel is één verkeerd woord genoeg om een ruzie te ontketenen.
Toch leek deze Heer Marco Polo mij niet het soort man dat erop uit is om ruzie te zoeken, zoals een willekeurige soldaat dat misschien wel doet. Ik zei dat, en de jongeman nam 'mij met een onderzoekende blik van top tot teen op.
'Dat is waar,' gaf hij met een spottend lachje toe. 'En toch is hij het echt geweest die ........................................................................
|