Omschrijving:
Macht en Pracht van India
Ralph Oppenhejm
Uitg. Stok, hardcover met stofomslag, geillustreerd, zonder jaar.
Taj Makal (blz 24)
"TAJ MAHAL MOET MEN BIJ MANESCHIJN ZIEN," - DAT ZEGGEN zowel de Indiers als de Europeanen. Daarom ging ik erheen op een uur in de vette namiddag, toen de zon er een beetje maanachtig begon uit te zien, hoewel ze nog kwistig haar gloeiende gouden stralen uitgoot over Agra, de oude hoofdstad. Want als een van de zeven wereldwonderen zijn roem werkelijk waard was, moest het zich toch ook kunnen vertonen bij daglicht, zonder opsmuk en bepaalde effecten en een maan op de achtergrond.
Als men even het gevoel zou kennen, dat men hier een verouderende schoonheid verraste terwijl ze nog niet gereed was met haar make-up en voordat ze haar gordijnen had kunnen sluiten voor het grimmige, alles onthullende daglicht om de lamp met het zachte schijnsel- met de kroonluchter te ontsteken, dan zou dat besef onmiddellijk in het niet zinken zodra men in het hoge marmeren portaal stond, dat
toegang geeft tot het park voor het mausoleum, zoals het zich sneeuwwit aftekent tegen de wedgwoodblauwe hemel. Deze aanblik doet iemand naar adem snakken; het is - ja, werkelijk - alsof een wens, die zo diep verborgen had gelegen dat men er nauwelijks een vermoeden van had gehad, plotseling in vervulling gaat, alsof een vraag die dikwijls in iemand is opgekomen, onverwachts een antwoord vindt, alsof een woord, waarnaar men lang heeft gezocht, eensklaps tot openbaring komt.
Het Taj Mahal, dat zich als een witmarmeren zwaan in de ……………… …………………….. …………………….. ……………………..
|