Omschrijving:
Logos en Mythos
Visser Frank
Uitg. Ventura Publisher, softcover,
Han Fortmann (1912-1970) heeft als geen ander een pleidooi gehouden voor een zgn. tweede primitiviteit. Alleen door een terugkeer van het vermogen tot onbevangen waarneming van de werkelijkheid - dat de primitieve mens in hoge mate bezat - kon de ondergang van de religie in de westerse cultuur z.i. worden voorkomen. Deze religie-opvatting bevat impliciet een godsdienstwetenschappelijke theorie over het wezen
van religie, die in deze doctoraalscriptie ter discussie wordt gesteld. Aan de hand van het werk van de Leidse godsdienstfenomenoloog Hidding - een tijdgenoot van Fortmann - wordt aannemelijk gemaakt dat Fortmanns betoog alleen geldt voor een bepaalde variant van religie (in deze scriptie de "katholieke" variant genaamd), maar niet voor het totale religieuze domein.
Fortmann heeft daarnaast ook aandacht gevraagd voor de waarde van het oosterse denken, getuige zijn posthuum verschenen Oosterse renaissance (1970). Een pleidooi voor de mystiek op basis van eenzijdige religieopvatting waarin het wezen van religie gezocht wordt in een mythische wijze van denken kan echter gemakkelijk een vertekend beeld van de mystiek opleveren.
Is de mythische denkwijze, zoals Fortmann stelde, de conditio sine qua non van religie? Het betoog mondt uit in een beschouwing over de relatie, geestesstructuur-religie, waarna Fortmanns denkbeelden binnen een ruimer kader kunnen worden geplaatst en beoordeeld.
|