Omschrijving:
Langs eenzame paden
A.B. Wigman
Uitg. H.J.W. Becht , hardcover , geillustreerd
zonder jaartal, w.s. jaren dertig
VOORWOORD.
Wij hebben de Veluwe nog gekend, zooals Oltmans haar beschreef in „De Schaapherder". Het Uddeler Meer had nog zijn waas van geheimzinnigheid, al geloofden we ook al niet meer, dat het onpeilbaar diep zou zijn. In het Kootwijker Zand waagden wij ons niet dan op klaarlichten dag en dan nog liefst met een zakkompas, voor het geval, dat de zon ons in den steek liet. De Speulder en Sprielder bosschen waren „historische landschappen" en hun woud-karakter berustte niet alleen op de fantaisie van Hofdijk. Kortom, de Veluwe was één groote wildernis vol leven en afwisseling, een bron van genot voor den avontuurlijken wandelaar en voor den fantast, een onuitputtelijk studieveld voor bioloog en geoloog.
Hoe is het thans? Het Uddeler meer heeft zijn waas van geheimzinnigheid verloren, zijn oevers, die een zoo fraaien en leerzamen plantengroei vertoonden, zijn geschonden. Het is een zwem- en kampeerplaats geworden en alleen het theehuis heeft het nog gered van de afzichtelijkste vervuiling en verwildering. Naast de oude bosschen van voorheen zijn nieuwe bosschen verrezen, waarvan de meeste nog verkeeren in de ondankbare jaren. Het voorheen bijna onbereikbare, verborgenste gedeelte van het Kootwijker Zand ligt nu door middel van zijn zestal radio-masten in open gemeenschap met de heele wereld en vlugge auto's snellen langs harde wegen her en der over de heele Vale Ouwe en brengen hun menschenvrachten naar de intiemste plekjes, de weinige, die ons nog restten.
Wij verheugen ons er over, dat daarvoor de belangstelling bestaat. Hoe meer menschen het natuurschoon leeren bewonderen, liefhebben, waardeeren, des te meer kans bestaat er, dat met het natuurschoon van de Veluwe minder roekeloos zal worden ...................
|