Omschrijving:
Kind en Jeugdige in het begin van de moderne tijd (ca. 1500 – ca. 1650)
Peeters H.F.M.
Uitg. Paul Brand, softcover, geillustreerd.
Stempel op titelblad (Bibliotheek Karmel Enschede)
Was het kind in vroeger eeuwen een kleine volwassene? Waren puberteit en adolescentie afwezige levensfasen? Op deze vragen wordt door een aantal moderne auteurs in bevestigende zin geantwoord.
De schrijver van dit boek deelt deze visie niet. Naar zijn mening heeft men, althans in de door hem bestudeerde periode, oog gehad voor de eigenheid van het kind en de jeugdige mens. Het kind was kind; de jeugdige mens kende zijn puberteits- en adolescentiejaren.
In het eerste hoofdstuk wordt het kind tot zeven jaar behandeld, waarbij aandacht wordt geschonken aan de verzorging door de min, de opvoedingstechnieken en de karakteristieken van het jonge kind.
In het tweede hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de kinderspelen. In het derde hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van leerprogramma, doeleinden en duur van het onderwijs, van de pedagogisch-didactische achtergronden en hulpmiddelen. In het vierde hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de op de practijk gerichte opleiding van jonge aristocraten en leerjongens.
In het vijfde hoofdstuk worden de gedragingen van de jonge mens tijdens de adolescentie beschreven. De adolescentie komt in deze beschrijving naar voren als een moeilijke en gevaarlijke leeftijd, maar ook als een leeftijd waarin de jonge mens bereid was zich voor hoge idealen in te zetten. Ook kwesties als kinderhuwelijken, het uithuwelijken van jonge meisjes aan oude(re) mannen en provocerend gedrag van verschillende groepen jeugdigen worden in dit hoofdstuk behandeld.
In twee bijlagen tenslotte heeft de auteur getracht zijn interpretaties op kwantitatieve wijze te toetsen. Door deze werkwijze werd het tevens mogelijk een overzichtelijke samenvatting te geven van gedragingen van kinderen en jeugdigen, die als kenmerkend werden beschouwd voor een bepaalde levensfase.
|