Omschrijving:
Je moet er geweest zijn, documentaire roman uit de koloniale nadagen van het eiland Boela, met gebruik van authentieke rapporten over heldendaden en oorlogsmisdaden, impressies van diverse tropische taferelen en verslagen van krijgsraadzaken, alles voorzien van talrijke schimscheuten op Nederlandse politieke, diplomatieke en journalistieke milieus en de allerhoogste regionen van de Verenigde Naties in New York.
Veer Paul van 't
Uitg. De Arbeiderspers, softcover.
Boela: de honden
Hoogwater. Langs de oorlogsschepen op de rede kon de boot, over de modderbanken schurend, tot aan de kleine steiger komen. Of wat daarvan over was: een betonskelet met schroeiplekken. Op de voorplecht tuurde Max paar het stadje tegen de heuvel. Het had wit moeten zijn onder de `wuivende palmen' uit de toeristenfolder die hij vijf jaar geleden zelf had helpen opstellen. Toeristen waren er nooit op afgekomen. Het enige hotel, gedreven door een Chinees, moest trouwens vanwege zijn primitieve sanitair in de Engelse tekst als `quaint' worden beschreven, een woord met veel mogelijkheden maar duidelijk niet met warm en koud stromend water.
Nu was Boela voornamelijk zwart en de palmen hadden geen kronen meer. Zelfs het oude Fort Dordrecht, met zijn honderd maal overgekalkte muren altijd een stralende blikvanger vanuit zee, was grijs.
Op de steiger stond een groepje Nederlandse officieren en burgers. Geen Boelanees te zien. Eerste impressie.
Toen de scheepsmachine na belgerinkel stopte en de boot geheel stil kwam te liggen, werd Max met hitte en moddergeur overgoten. Daarin was tenminste niets veranderd. Hoofd en schouders, middel en bovenbenen werden snel een netwerk van kleine zweetriviertjes. Hij liep de steiger op, een paar passen achter het gezelschap uit New York, aan het hoofd de Westindische assistent-secretaris-generaal Brigham Forster, die toch aan warmte gewend moest zijn .........
|