Omschrijving:
Jan Cremer
Ik Jan Cremer (50ste druk)
Uitgever: De Bezige Bij, hardcover met stofomslag, geillustreerd
Ik werd geboren aan de vooravond van de tweede wereldoorlog. Die nacht mistte het. Er woei een gure wind, de straten waren leeg en Mamuszka haastte zich naar het ziekenhuis, onder haar arm een bundeltje inderhaast bij elkaar geraapte kleren. Het was een grote, roetzwarte fabrieksstad aan de Duitse grens waar ik ter wereld kwam. Er waren twee Duitse zusters bij de bevalling aanwezig en ik zou Adolf heten (die zelfde dag gaf Hitler een feest ter gelegenheid van zijn verjaardag in de Zwarte Bunker van de Adelaar). M'n moeder vond dat ik János moest heten, maar noemde mij naar mijn vader Jan (mijn vader was er niet, hij was op reis in Turkije en sliep tussen de geiten en Turkse boerinnen). Mijn sterreteken is Ram (ascendant Leeuw) zoals bijvoorbeeld Lenin, Landru, Jayne Mansfield, Chroestsjov en Vincent van Gogh. Stormweer kondigde mijn eerste levensdag aan en Mamuszka ging weer naar huis met onder de andere arm ik. Ons huis was kil en koud en ik werd met de blanke moederborst gevoed.
Een paar dagen later kregen wij een oude manke jood op bezoek, een waarzegger en toekomstvoorspeller en die zei tegen mijn moeder (nadat hij twee bakken koffie gedronken, m'n handen bekeken, m'n aars beroken en twee vingers in de lucht gestoken had): 'Het schepsel dat hier ternederligt werd geboren in goede welstand, om het volk een boodschap te brengen, zijn teken is Vuur, hij is geboren in de Zon, zijn leider is Mars, heersen zal hij en opgroeien tot Iets Groots.' Hij waarschuwde mijn moeder nog wel dat het opgroeien tot Iets Groots in goede banen geleid diende te worden, tekende nog de zodiak met mijn sterren, planeten en huizen en verdween na mij met een brandende sigaar onder de voetzool van mijn linkerbeen bevrijd te hebben van de duivels en ongunstige aspecten in de horoscoop.
Houtvuur verwarmde mij en korte tijd later (wat een vunzige streek) trok de vijand (de mof) het vaderland binnen, zonder waarschuwing of oorlogsverklaring, verraste onze mobiele strijdmacht en de generaals die in hun nest lagen te naaien of te pitten, en gooide alles plat. Bommenwerpers gierden over en joegen bommen in het zachte vlees. De moffen kwamen en stalen onze fietsen. En alles ging op de bon. De mensen aten …………………………………………
|