Omschrijving:
Het lied zonder woorden
Eggermont J.L.
Uitg. De Telg Amsterdam, hardcover
papier wat vergeeld
De oude Verduijnen nam zijn wijnglas; peinzend hief hij het op, zoo dat het gele Licht van de lamp-belge in den donkeren wijn een licht-roode streep trok. Eveneens keek hij naar dien lichtschijn in zijn glas, dronk daarna langzaam, genietend, tot de roemer leeg was. Then hij wijnglas weerom op tafel had geplaatst, tikte hij met zijn mes tegen het kristal, dat het sterk resoneerend rinkinkte.
Traagskensaan verstomde het geroezemoes van de bruiloftsgasten; toen het stil was, stond de oude Verduijnen langzaam recht. Het was te zien gelijk hij daar stond: Gaston Verduijnen was Boer, 'ne heerscher over een groote hofstee, over uitgestrekte landerijen bijkans 'ne polder groot. Zijn blik gleed over de gasten. Allen keken op naar hem; naar zijn groote, sterke gestalte, naar zijn gelaat met de vierkante gladgeschoren kin, de zware jukbeenderen en het zeer hooge voorhoofd. Bijkans alle gasten peinsden op dien moment hoe wonderbaarlijk sterk die hardblauwe oogen van den ouden Verduijnen getuigden van zijn kracht.
't Was hem niet aan te zien, dat hij bijkans zestig was; die enkele rimpel in zijn voorhoofd en de korte lijnen in zijn mondhoeken gaven hem het uiterlijk van 'nen goen veertiger.
„Waarde familieleden en vrienden," zoo sprak plots zijn stem in de stilte, swenst hij — met zijn beide handen op de tafel steunend — evekens knikte naar links en rechts, „AIs wader van den bruigom heet ik U hier alien welkom. Gij allen weet het, iedere Verduijnen — man of vrouw — trouwt op d' eigen stee; dat is de traditie van ons geslacht, een gebruik van vele eeuwen oud, dat nimmer in al dien tijd uit het oog verloren werd. Ik weet: het is in onze streken niet de gewente, dat er bij een feest gelijk dat van vandaag een toespraak gehouden wordt. Wij zijn voor het eenvoudige, voor het simpele, dat meestentijds grootscher is dan de grootdoenerij van ..........................
|