Omschrijving:
Het korte leven van Jacques Perk
Garmt Stuiveling
Uit. Em. Querido, softcover
EERSTE HOOFDSTUK/ DORDRECHT
In het midden van de negentiende eeuw was Dordrecht nog nauwelijks anders dan zoals Jan van Goyen en Aelbert Cuyp het eertijds hadden uitgebeeld. Met rode bakstenen gevels lagen de koopmanswoningen langs de kade, de bruine en groene deuren deftig met koper beslag, de raamkozijnen op gelijkmatige rijen, en binnen iedere witte omlijsting de glas gordijnen toe. Eendere steen en stijl kenmerkten de pakhuizen aan de havens, waar de handel de waren opsloeg, deels door karren aangevoerd uit het nabije achterland, merendeels per schip, van ver. Als monumenten van de degelijkheid der burgers in verleden en heden stonden deze gebouwen daar in welonderhouden ouderdom. En uit hun midden hief zich de nog drie eeuwen oudere toren, geknot in zijn verrijzing als de stad in haar groei.
Wie van Rotterdam af de bootreis had ondernomen, zag die toren al gauw achter dijken en weilanden verschuiven, klein en grijs maar onmiskenbaar. Langzaamaan werd hij groter, donkerder, strakker, met zijn uurwerkschilden als een vierkante kroon. Maar eerst als men de Noord uit- en de Oude Maas invoer, lag heel Dordrecht open voor het oog: een hollandse stad onder een hollandse hemel, het mooist bij wolken en zon. Er was een rustig komen en gaan van binnenschepen, zwaarbevrachr,— de zeilen bol. En voor de stad langs, bij de kade en in de havens, staken masten als lansen omhoog. De golfslag van het brede water, waar de wind overheen joeg, brak de weerspiegeling, en met de weerspiegeling de droom. Dat gaf een plotselinge indruk van levendigheid en kracht: hier werd gewerkt. Zo had de jonge theoloog M. A. Perk van verre Dordrecht zien opdoemen, toen hij in augustus 1855 uit Delft was ..........
|