Omschrijving:
Herman Gorter en Henriette Roland Holst in hun tijd
Red.
Uitgever: van Gennep, softcover, geillustreerd
DE EEUW VAN DE OMKEER 1864-1952
Het is net niet een eeuw, de tijd die ligt tussen de geboorte van de dichter Herman Gorter in 1864 en de dood van Henriette Roland Holst in 1952. Maar 'eeuw' kan ook betekenen: 'tijdperk van ongeveer honderd jaren'. In die zin kan de leeftijd van de dichter en dichteres als een eeuw gelden. Hun werkzaamheden waren niet alleen uiting van de geest, de stijl, de sfeer die in die tijd bestond - dat geldt voor ieder ander ook en altijd dient, om menselijk werk te verstaan, de geest van de tijd waarin ze actief waren mee begrepen te worden. Henriette Roland Holst en Herman Gorter zijn echter op veel directer manier bij hun tijd betrokken. In hun spreken en schrijven richtten zij zich heel bewust op hun eigen tijd: politiek, economisch, sociaal en cultureel. Zij zagen die tijd als een fase in de geschiedenis der mensheid.
In de denkwijze van Marx en Engels, zoals die hun overgeleverd was en zoals die door hen verstaan was, vonden zij de leidraad door de geschiedenis. Met enige goede wil zijn Marx en Engels nog als hun oudere tijdgenoten aan te duiden. Marx zelf was gestorven in 1883. Zijn evenknie Engels zou nog tot 1896 leven, lang genoeg om van uit zijn Londens ballingsoord de enorme opgang van zijn partij in Duitsland te kunnen beleven. Lang genoeg ook - om te kunnen verkondigen, dat langs de weg van het kiesrecht de groeiende kracht van de arbeidersklasse zou kunnen blijken.
Tussen deze gedachte, 'het parlementaire werk als maatstaf' en de praktijk, waarin de parlementaire macht op zichzelf als doel gezien werd, bleef eigenlijk maar een kleine theoretische marge over. Hervormingsgezinden schaarden zich weldra tegenover de theoretische vertolkers van de marxistische leer. Onder leiding van Kautsky verdedigden die een revolutionaire tactiek, die echter pas vruchtbaar zou zijn, wanneer in een land het fabrieksproletariaat de meerderheid van de bevolking zou uitmaken. De economische en sociale ontwikkeling diende dus nauwkeurig bijgehouden te worden.
Tot diegenen die dat in Nederland zouden gaan doen behoorden o.a. Gorter en Roland Holst. Het marxisme bood hun beiden en de aanvankelijk nog ongescheiden sociaal-democraten een driedubbel voordeel: een soort eenheidsvisie op alle facetten van het gebeuren, een gericht zijn op de actuele ontwikkeling in de eigen tijd en aandacht voor de vergeten groepen in de geschiedenis en voor de reden waarom ze vergeten werden, deze grote massa's: omdat ze geen macht hadden.
Wat de dichters in hun eeuw meemaakten was nu juist dat de machtelozen tot macht begonnen te komen: de proletariërs in de westerse landen, de koloniale volken daarbuiten. Dáárin vonden zij hun inspiratie, hun strijdbaarheid - hun optimisme en hun vertwijfeling.
Om hen te begrijpen moet op het tijdvak waarin zij leefden worden gelet en op de arbeidersbeweging in die periode en dan natuurlijk vooral op die socialistische en vakbondsorganisaties die in hun eigen land voorkwamen. Daar immers lag - naast Duitsland soms - hun voornaamste activiteit. Aan de vorming van de ideeën hebben zij meegedaan, denkend, schrijvend, sprekend in vergaderingen. Zij hadden er hun eigen revolutionaire bijdrage in.
Die beweging zelf, in haar ontstaan, haar eenheid en haar tot zelfvernietiging dreigende verdeeldheid, dient, net zo goed als de twee actieve leden, uit haar tijd begrepen te worden.
………………………………………………………
|