Omschrijving:
Geschiedenis van Friesland
H.W. Steenstra
Uitg. M.A. van Seijen , hardcover met stofomslag
stofomslag is beschadigd
Voorwoord bij de reprint
Het werk dat hierbij een reprint krijgt, is weinig bekend geworden. De schrijver trouwens ook. Want de Encyclopedie van Friesland weet niets anders te berichten dan dat Haring Wiegers Steenstra omstreeks 1800 geboren werd en onderwijzer was in Dongjum, waar hij in 1845 gepensioneerd werd. Zijn overlijdensdatum is niet bekend. Wel wordt er op gewezen, dat Steenstra een van de eersten was, die aan Friese streekgeschiedenis deed.
Zo verscheen van zijn hand in 1836 Oudheidkundige aanteekeningen van de dorpen en kloosters der grietenij Barradeel alsmede een dergelijk werkje over Franekeradeel. Die belangstelling voor de streekhistorie komt ook af en toe tot uitdrukking in zijn grote boek, als hij een bepaald feit kan verbinden aan een plek of een gebouw in het hem zo bekende noordwesten van Friesland. Zijn boek Algemeene geschiedenis van Friesland verscheen in 1845, maar ook vóór 1836 (zie boven) publiceerde hij al over allerlei onderwerpen uit de Friese geschiedenis en wel in de Leeuwarder Courant, van 1833 tot en met 1843.
In het geheel werden er in 25 artikelen 16 onderwerpen behandeld. Steenstra moet dus een zekere naam hebben bezeten, waardoor de boekhandelaar of drukker J. Bloemsma te Minnertsga er toe kwam hem aan te sporen of tenminste te animeren tot het samenstellen van een populair Fries geschiedenisboek. In zijn inleiding vertelt de auteur namelijk, dat Bloemsma een van de velen was, die hem gedrukte en hand-schriftelijke bronnen ter hand stelden.
Er waren voor 1845 eigenlijk geen vergelijkbare werken verschenen. Het belangrijke boek van Wopke Eekhoff, Beknopte geschiedenis van Friesland, zou pas in 1851 het licht zien en Steenstra's boek zal stellig niet kunnen worden vergeleken met De geschiedenis van Vriesland, welk werk F. Dijkstra immers in 1842 als "een leerboek ook op de scholen" had gepubliceerd. Steenstra beoogde duidelijk een "volksboek": een populaire samenvatting van het onderwerp. Wetenschappelijke pretenties heeft het werk niet.
De auteur vond zichzelf geen geleerde en bovendien was zijn werk voor "ongeleerden en mingegoeden" bestemd. Onder de intekenaren —ruim 200 in getal — zullen die overigens niet aanwezig zijn geweest. Het valt wel op, dat er van onderwijzerszijde flinke belangstelling bestond. Van klinkende namen is echter weinig sprake. Het blijft bij een Van Harinxma thoe Slooten en ...............................
|