Omschrijving:
Flamingoveer, een verhaal over Afrika
Post Laurens van der
Uitg. van Holkema en Warendorf, hardcover.
Hoofdstuk I
Een veer in de avond
Stellig behoort mijn verhaal te beginnen op het ogenblik, dat ik in de door woeste stormvlagen roerige avondschemering mijn huis uitkwam, de veranda betrad en op de steile helling beneden mij het gedruis hoorde van wanhopig hard hollen, bijna onmiddellijk gevolgd door de triomfantelijke strijdkreet der Amangtakwena's: „Mattalahta Boeka!" („Eindelijk gaan we doden!").
Jaar: 1948; datum: 12 Juli; tijd van de dag: 's namiddags half zes; plaats: mijn eigen huis, hoog tegen een helling van de grijze bergen achter het dorp St. Joseph op het schiereiland van de Kaap de Goede Hoop. Aan de noordzijde heb ik bij helder weer een schitterend uitzicht over de blauwe golven van de baai tot waar in het verre verschiet het Hottentots-Hollandgebergte de uiterst wonderlijk gevormde Kaap Hangklip werkelijk zó vastberaden in zee dringt, dat de naam ontegenzeggelijk gerechtvaardigd is; inderdaad staart deze kaap — ver over zijn eigen grondvlak voorover leunend — somber in het water van de Indische Oceaan, dat diep beneden hem moeizaam ronkt.
Toen ik echter die avond op mijn veranda kwam, was er totaal niets te zien dan vaag door de nevels dringende dorpslichten. Het daglicht was niet alleen bijna uitgeblust, maar de razende stormwind overheerste nog het restje zonlicht, dat normalerwijze om die tijd te zien bleef. Vlug sloeg ik de deur achter mij dicht tegen de stormstoten. Ondanks het gieren van de wind bleven de kreet, die was opgestegen en de dreuning der wanhopige voeten mij nog helder in de oren klinken.
Een dergelijke strijdkreet was wel hetgeen ik op die tijd en die plek allerminst verwacht zou hebben. Wel werkten er op het schiereiland veel 'Takwena's (zoals de Amangtakwena's gewoonlijk genoemd worden), doch zij trokken niet tijdens de weekeinden schreeuwend en plunderend rond zoals een aantal andere stammen soms doen. Toch twijfelde ik geen seconde aan de juistheid van mijn indrukken. Ik kende de 'Takwena's door en door. Van alle Afrikaanse stammen ben ik op hen het meest gesteld. Pas enkele ogenblikken tevoren had ik opgehouden te schrijven, juist midden …...............
|