Omschrijving:
Fakkeldragers van de Nederlandsche schilderkunst
Dr. G. Knuttel Wzn
Uitg. De Sikkel , hardcover, geillustreerd
beschadiging op inhoudspagina (blz 7)
VOORWOORD
Wordt de geschiedenis van het geestesleven bepaald door den enkeling of door het werk der Gemeenschap? Zeker is de rol van den genialen mensch daarin zeer belangrijk. Al of niet voorbereid en gesteund door wat in de beschaving om hem heen is gegroeid en naar boven dringt, verwezenlijkt zijn daad de nieuwe Idee. Deze daad kan niet meer ongedaan gemaakt worden ; eenmaal verricht, wordt er, hetzij aanstonds, hetzij later, op voortgebouwd. Zoo zijn de groote geesten als de dragers van de fakkels der Ideeën door de ontwikkelingsgeschiedenis der menschheid.
Vijf eeuwen lang heeft generatie op generatie in de Nederlanden schilders voortgebracht en duidelijk is daarin een ontwikkeling te volgen, al beteekent deze niet altijd vooruitgang. De groote geesten onder hen bepalen het stadium waarin de ontwikkeling op een gegeven moment verkeert en leiden deze in nieuwe banen.
Zes meesters zijn hier aangegeven als zulke fakkeldragers van de Nederlandsche schilderkunst. Is mijn keuze willekeurig? Zouden enkelen niet beter door anderen vervangen worden? Zijn er gelijkwaardigen, die dus ten onrechte ontbreken? Mijn keuze werd bepaald door het vraagstuk, dat ik in deze studie heb willen vervolgen, een der belangrijkste, zoo niet het belangrijkste probleem van de geschiedenis der beeldende kunst, namelijk, de verhouding tusschen Geest en Stof. Voor de ontwikkeling van deze verhouding in de Nederlandsche kunst door den loop van die vijf eeuwen, lijkt mij het werk van deze zes kunstenaars typeerend en beslissend.
Wel ontstaat op deze wijze een onevenwichtigheid : de lange periode tusschen Van Eyck en Bruegel met zijn vele groote meesters, zou niet voldoende tot haar recht komen. Ik heb getracht in het eerste „Intermezzo" in korte karakteriseeringen het sterk evolueerend geestesleven van die allerbelangrijkste periode te schetsen en daarbij aan die groote kunstenaars recht te doen.
Anders stond het met de nog langere periode tusschen Vermeer .............
|