Omschrijving:
Eens op Java en Sumatra…
Het laatste reisboek over ons Indie in zijn glorietijd
Mary Pos
Uitgever: De Boekerij, hardcover, geïllustreerd, zonder jaar, jaren vijftig
Minjak Tana
Op een klein vliegveld, uitgehakt in de rimboe, overstroomd door stralend morgenlicht, zette de K.L.M.-vogel me neer. Blinkend steeg de machine weer op naar de strakblauwe hemel, het gezoem stierf weg en toen bleef ik alleen achter. Het was heel stil nu, ik was de enige passagier, die in Palembang uitstapte.
Ik keek eens om me heen; rondom het vliegveld was de ondoordringbare muur van de rimboe. Er stonden een zeer simpel kantoorgebouwtje en een overdekte 'wasgelegenheid, ook zag ik een paar bruine qezichten en dat was alles ....
Ik was aangekomen op Sumatra, dat dertien maal groter is dan Nederland en niemand mocht ik er mijn vriend of zelfs mijn verre kennis noemen.
Hoofdzaak echter was, dat ik ons Indië na een zeer voorspoedige reis bereikt had en bij elke stap, die ik daarna ging zetten, kon zeggen: nu loop ik weer op Nederlands grondgebied, nu ben ik in ons eigen Indië.
Toen kwam de goedmoedige chef van het vliegveld glimlachend op me af en zei: "En wie komt er aanstonds voor U?"
"Niemand!"
"Niemand?" herhaalde hij. "Waar mag ik U dan heen laten brengen?"
"Dat weet ik juist niet", lachte ik.
Verbaasd keek hij me aan.
Toen verklaarde ik hem, dat ik over twee dagen de binnenlanden hoopte in te gaan, maar eerst een bezoek aan Pladjoe wilde brengen en aan de nieuwste boorvelden van de Bataafse, omdat ik me hevig voor oliewinning interesseerde, al had ik er werkelijk geen enkel aandeeltje in, maar dat ik nu, aangekomen op Zondagmorgen, er niet direct heen …………………….
|