Omschrijving:
Een jaar aan boord H.M. Siboga
A. Weber - van Bosse
Uit. E.J. Brill, hardcover, geillustreerd
inclusief kaart van den Trek v. H.M. Siboga 1899 - 1900
titelplaat ligt deel los in de binding
Na het verschijnen der „Introduction et Description de l'Expédition du Siboga" van de hand van Prof. WEBER en uitgegeven in het wetenschappelijk werk, waarin de resultaten der Siboga-Expeditie het licht zien, werd mij herhaaldelijk gevraagd: „Komt er geen populair verhaal over het doen en laten der Siboga-Expeditie uit?
Het zou toch aardig wezen, iets te weten van het leven aan boord en van de verschillende wederwaardigheden, die gij ondervonden hebt. Voor den gewonen lezer is het boek van Prof. WEBER wel wat al te streng wetenschappelijk". Later misschien, was steeds mijn antwoord, want ik wist, dat Prof. WEBER een dergelijk boek voor den geest zweefde, zoodra alle verzamelingen bewerkt zouden zijn.
Onverwachts deed zich echter een omstandigheid voor, die mij er toe bracht mijn reisherinneringen neer te schrijven en den lezer aan te bieden. Ik doe dit niet zonder aarzelen, want het schrijven van een boeiend reisverhaal vereischt gaven, die ik mijzelve niet toeken. Maar de lust om onze belangrijke reis in ruimer kring bekend te maken was zoo groot, dat ik na lang aarzelen tot het schrijven van dit boekje ben overgegaan.
Ter wille van de waarheid en de frischheid der indrukken volgde ik op den voet het dagboek, dat ik op reis zijnde bijgehouden had. Waar het de behandeling van wetenschappelijke vraagstukken goldt, die in het verhaal niet gemist konden worden, stond mijn man mij steeds ter zijde, die mij bij voortduring hielp, waar hij maar kon. De vignetten, enkele platen en tekstfiguren heb ik te danken aan de vaardige hand van onzen metgezel en teekenaar HUYSMANS.
Al schrijvende doorleefde ik opnieuw den geheelen tocht: tal van half vergeten ontmoetingen kwamen mij weder levendig voor den geest, telkens herinnerde ik mij kleine gebeurtenissen aan boord, vroolijke gezegden der opvarenden. Dat ik deze den lezer niet onthield, zullen mijne tochtgenooten mij ten goede houden. Het was toch mijn streven den lezer een getrouw beeld te geven van ons dagelijksch leven aan boord en hem een weinig belang in te boezemen voor ons werk, dat uit den aard der zaak ook veel eentonigs had, daar het altijd dreggen of rifonderzoek betrof.
Het geheele expeditie-jaar is voor mij onvergetelijk —onvergetelijk ook de fijne hoffelijkheid en ware vriendschap, die ik steeds van mijne tochtgenooten mocht ondervinden, en daarom was het mijn wensch dit boekje, in vriendelijke herinnering, aan hen op te dragen.
A. WEBER VAN BOSSE.
|