Omschrijving:
Ad den Besten
Dichten als daad
Uitg. Bosch & Keuning, softcover.
Ad den Besten, geboren 11 maart 1923 te Utrecht, als germanist verbonden aan de universiteit van Amsterdam. Redakteur van het tijdschrift Wending. Redakteur van De Windroos, een serie hedendaagse poezie van 1950 tot 1971, nu van Seismogram. Medewerker aan het Liedboek voor de kerken. Poeziecriticus van Wending.
Publiceerde o.a.: Dubbelleven (ged. 1946), Verleden tijd (ged. 1950), Stroomgebied. Inleiding tot de poezie van de naoorlogse dichtergeneratie (ess. 1954), Tegen mijn verlies (ged. 1957), Loflied voor tegenstem (geest. lied. 1965), Ik uw dichter (ess. 1968), Een stem boven het water uit (ged. 1973).
Stelde verschillende bloemlezingen samen, o.a. Stroomgebied (1953), Dichters van morgen.(1958), Deutsche Lyrik auf der anderen Seite (l960), Dichters Omnibus (1964-1971).
Poëzie wordt over het algemeen eerder met dromen dan met daden geassocieerd. Dat een woord een daad zou kunnen zijn, is voor de meeste mensen van onze tijd een zonderlinge gedachte. Hebben wij niet allen in de tegenstelling tussen deze twee leren denken? 'Geen woorden maar daden' was jarenlang ons meest populaire 'volkslied', en is het misschien nog.
Ad den Besten ziet niets in de tegenstelling, ja, wijst haar als bij uitstek gevaarlijk van de hand, en wel op grond van wat hij uit eigen ervaring van het woord, de taal, de poezie heeft verstaan. Juist de dichter is, naar zijn overtuiging, geroepen, telkens weer de 'woord-daad' te stellen. Wat dat betekent, in welke zin het gebeurt, c.q. zou kunnen gebeuren, en welke zin het heeft voor de mensen, wordt in deze achttien opstellen van verschillende kanten belicht.
|