Omschrijving:
De vrucht van de beoefening der Ethnologie voor de Vergelijkende Rechtswetenschap.
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het Hoogleeraarsambt aan de Rijks-Universiteit te Leiden, den 16den september 1885 door Dr. G. A. Wilken
Uitg. E.J. Brill, softocover.
MIJNE HEEREN CURATOREN, PROFESSOREN, DOCTOREN EN STUDENTEN DEZER UNIVERSITEIT , GIJ ALLEN VOORTS DIE DEZE PLECHTIGHEID MET UWE TEGENWOORDIGHEID VEREERT,
ZEER GEWENSCHTE TOEHOORDERS !
In onze dagen mag de ethnoloog met dankbare voldoening zijne levenstaak te gemoet zien. Van alle zijden toch openbaart zich eene toenemende belangstelling in het vak zijner studie. Voor eenige tientallen van jaren weinig gekend en gewaardeerd, geheel als een onderdeel der geographie beschouwd, is de ethnologie nu eene zelfstandige en machtige wetenschap geworden, die steeds meer en meer beoefenaren telt en waaraan reeds tal van vereenigingen hare krachten wijden; toen eene weinig uitgebreide literatuur, grootendeels bestaande uit losse mededeelingen in reisbeschrijvingen verstrooid, terwijl in slechts enkele geschriften eene meer opzettelijke bespreking van het onderwerp kon worden aangewezen; nu een nauwelijks te overziene bronnenschat, dagelijks aangroeiend onder een stroom van afzonderlijke werken en tijdschriftartikelen; toen in geheel Europa geene enkele geordende verzameling van ethnographische voorwerpen , doch deze, voor zoover zij aanwezig waren, als curiositeiten in het een of ander kabinet van zeldzaamheden ten toon ……………………………………………….
|