Omschrijving:
De reis van Jozef II door de Oostenrijkse Nederlanden in 1781
A.M. Reinquin en anderen
Uitg. Algemeen Rijksarchief, softcover, geillustreerd
HISTORISCHE SITUERING
Als Jozef II in 1780 vorst der Oostenrijkse Nederlanden werd en het jaar nadien onze gewesten bezocht, is het algemeen klimaat zowel bij ons als overal in Europa grondig aan het verschuiven.
Naast de politieke absolute vorsten met o.a. Lodewijk XVI, wiens zwakke hervormingspogingen de naderende revolutie niet meer zouden kunnen afwenden, waren er de verlichte despoten (Frederik II, Catherina II en Jozef II zelf) maar eveneens de meer democratische besturen in Groot-Brittannië en weldra in de U.S.A.
Op dat ogenblik duurde de Amerikaanse Revolutie reeds vier jaar en zou Groot-Brittannië weldra (1783) de onafhankelijkheid van de U.S.A. erkennen. De Verenigde Provincies vochten hun vierde Engelse oorlog uit, die "de politieke hartstocht en geestdrift tot revolutionaire felheid aanwakkerde" en tot de revolte van 1780 tot '84 leidde.
Op het internationale vlak bleven de allianties die sinds 1756 ontstaan waren, behouden en had de erfvijand van de Habsburgers nl. Frankrijk zich met Oostenrijk verzoend. Tegenover Groot-Brittannië bleef Oostenrijk neutraal al betreurde het dat de Britse gezant onze gewesten tijdens die oorlog verliet.
Ofschoon men nog in 1777 plannen maakte om de Zuidelijke Nederlanden naar Frankrijk over te hevelen in ruil voor Beieren dat aan Oostenrijk zou toekomen, poogde men onze gewesten meer en meer tot een eigen entiteit te laten ontwikkelen en niet meer als een gemeenschappelijk bezit van Groot-Brittannië, de Verenigde Provincies en de Oostenrijkse Habsburgers te laten evolueren.
Terwijl de Verlichtingsideeën o.a. door de "Encyclopédie" verder gemeen goed werden, zette ook op een ander terrein nl. op het economische vlak, de vernieuwing in met de steenkoolwinning, de smederijen, de spijkerfabrieken de loodfabrieken, de chemische nijverheid, de katoennijverheid enz. Deze industriële groei verhinderde echter geenszins de toename van het pauperisme waarvoor de overheid geen tegenmaatregelen kon vinden. Ernstige oplossingen, zoals deze van Vilain XIIII werden door Jozef II niet altijd zo begrepen.
Mede dank zij de economische bloei van na 1750 ontwikkelde ......................
|