Omschrijving:
Uitg. E.J. Brill, hardcover met stofomslag, met 34 platen.
Uit het omlijstingsornament van tempeldoorgangen en nissen.
De oude Hindoeistische gewijde kunst was ten volle gebonden aan religieuse doeleinden. Haar vormgeving lag vast niet alleen in de traditionele voorschriften, maar evenzeer, en tot in alle finesses, in de overgeleverde geheiligde vormen.
Overal, waar haar ontwikkeling ongestoord verliep, zal wijziging in uiterlijk, zelfs van de meest onbeduidende details, slechts geleidelijk en zonder opzet tot stand gekomen kunnen zijn.
Alleen wanneer onder de druk van veranderde machts- en geloofsverhoudingen een stijlvermenging plaats vond, kon deze vormvastheid worden doorbroken. En dan nog maar schijnbaar, want zulk een opname van elementen uit enige afwijkende traditie werd verwezenlijkt door samenschuiving van zo veel mogelijk aan eigen traditie gebonden blijvende vormdelen uit beide richtingen. .
Het is nu echter typerend voor deze van ouds in vele plaatselijke kringen uiteenvallende kunst, dat - ten gevolge van de talloze politieke en religieuse grensverschuivingen in de gebieden waar zij werd toegepast - gedurende vrijwel haar gehele ons bekende geschiedenis vermengingen als hier bedoeld regel zijn geweest.
En het is wel uitsluitend door
.
|