Omschrijving:
De heilige driehoek : kloosterenclave te Oosterhout
J.J.A.M. Gorisse
Uitg. Signifikant, hardcover, geillustreerd
INLEIDING
DE WONDERLIJKE HEERLIJKHEDEN VAN OOSTERHOUT
Op een morgen in februari van het jaar 1954 wandelde de literator Pieter van der Meer de Walcheren, sinds goed anderhalve maand monnik in Oosterhout, van de Onze-LieveVrouweabdij terug naar de Paulusabdij. Hij werd plotseling getroffen door de schoonheid van het landschap dat hij, kijkend in oostelijke richting, zag, een landschap dat toen nog niet doorsneden werd door de autosnelweg A27. Een dag later noteerde hij in zijn dagboek: 'Gisteren van de Onze-Lieve-Vrouweabdij teruglopend – ik had daar de mis gediend – was de kant van Dongen in volle zon, een schelle heerlijke voorjaarszon. Enkele boerderijen lagen in dat licht, als wonderlijke heerlijkheden. Het voorjaar klonk in de lucht.' Pieter stelde met weemoed vast dat, nu zijn vrouw Christine op tweede kerstdag van het voorafgaande jaar overleden was, hij 'dit jaarlijks wonder van Gods schepping' alleen moest ervaren.
Pieter van der Meer de Walcheren zou het 'wonder van Gods schepping' in de jaren die hem nog gegeven werden – hij overleed op 16 december 1970 – nog vaak ervaren in het landschap dat de drie kloosters van de Heilige Driehoek omringt. De twee laatste delen van zijn Dagboek, die over de Oosterhoutse jaren handelen, leggen er herhaaldelijk getuigenis van af. Ook toen zijn eigen gezichtsvermogen afnam, schreef Pieter nog graag over het vermogen om als het ware 'door de dingen heen' te zien. In zijn laatste boek, het eigenzinnige en daardoor nogal geruchtmakende Maak alles nieuw uit 1969, noemt hij dat vermogen een deelhebben aan 'Gods poëtische visie'. Hij doet dat in een notitie over een medebroeder die samen met hem door een van de ramen van de kloostergang naar een oude beuk kijkt. 'Als ik geen christen was, zou ik die boom, die grote beuk aanbidden en hem vragen mij iets van zijn kracht te geven', zegt de broeder. Pieter noteert naar aanleiding van die uitlating: 'Dit was een bijzondere ontroerende ervaring. Ineens die echte verwondering en bewondering om een boom. Iedere mens heeft iets van Gods poëtische visie. En nu onverwacht openbaart zich dat "iets". Ik ben er gelukkig om.'
In de loop der jaren zijn velen ontroerd geraakt bij het zien van het Oosterhoutse landschap dat als de Heilige Driehoek bekend staat. En sommigen hebben die ontroering wellicht ook op eenzelfde religieuze wijze ervaren als een van de beroemdste bewoners van het gebied, Pieter van der Meer de Walcheren, dat heeft gedaan. In elk geval zijn velen echt verliefd geraakt op dit unieke gebied. In dit boek leggen enkele van die verliefden verantwoording af voor hun liefde.
Zij doen dat wellicht in het besef dat de Heilige Driehoek een 'wonder van Gods schepping' is, maar zeker in het besef dat dit wonder niet zonder mensenhanden tot stand is gekomen. Die mensenhanden waren in elk geval religieus bewogen. Het is immers ten gevolge van de .................
|