Omschrijving:
De heerlijkheid van het oosten
Indrukken van een reis naar de landen rondom de Middellandsche zee
B. Wielinga
Uitg. Kok, softcover, inclusief kaart.
1. DOOR NAPELS.
De invaart in de Golf van Napels had plaats heel vroeg in den morgen van den 2den April 1928.
Het was anders, dan ik in mijne verwachting gedroomd had.
Volgens kenners van natuurschoon is het gezicht van zee uit op Napels, omkranst met bergen van smaragd, en overkoepeld door een hemel van opaal, één der schoonste panorama's van ons wereldje.
Mooier plekje is er in het mooie Italië niet, blijkens het veel geciteerde (maar verkeerd begrepen) spreekwoord: Napels zien en sterven!
Toen de massieve stoomer, de "Canada", na zijn nachtelijke reis over woelige zee, in de haven ankerde, lag de stad in grijze nevelen vóór ons. De hemel stond geheel bedekt met grauwe regenbuien, waarin de statige Vesuvius zijn rookenden top verborg. Geen bemoedigend vooruitzicht!
Wij hadden voor Napels slechts één dag!
Maar, het is waar, voor ons doel kon de regen geen hindernis zijn. Wij kwamen niet in de eerste plaats om de zonnige landschappen, het kleurige leven van het fleurige volk, maar om de merkwaardigste antiquiteit der wereld, het doode Pompéji te zien. Bij een begraven stad past de sombere draperie dezer donkere wolken.
Wij gaan naar Pompéji.
De landing loopt vlot. Op de kaai staat een rij van ........................................ ................................................
|