Omschrijving:
F. J. VAN HALL 1899-1945
Beeldhouwwerk Teekeningen
blz 12/13 zwak bindwerk.
Uitg. De Spiegel te Amsterdam 1946, hardcover, foto’s.
Begin augustus 1943 werd van Hall in een huis, waar hij in verband met illegaal werk was, gearresteerd. Tien weken Weteringschans, langeren tijd in Vught, in mei 1944 naar Dachau, vervolgens naar Polen. Tijdens het Russische offensief in januari 1945 werden de gevangenen van zijn kamp door hun beulen westwaarts gedreven. Uitvallers werden zonder pardon neergeschoten - ook van Hall trof dit lot.
Een half jaar na de bevrijding kwam een arbeider met het relaas van zijn gruwelijk einde.
Dit is in korte trekken zijn lijdensverhaal.
Van Hall werd den 8sten mei 1899 op Java geboren, kwam als kind naar den Haag en bezocht later de Handelsschool te Amsterdam. Als jongen ging hij graag naar het Mauritshuis en het Mesdagmuseum. Later in Amsterdam werd hij een trouw bezoeker van het Prentenkabinet. Hoe hij er toe kwam om beeldhouwer te worden, weet ik niet meer, maar in het najaar van 1918 zagen wij hem voor het eerst in de beeldhouwklasse van de Academie: een slanke Indische jongen, die ons allen beschaamde, niet alleen door zijn beheerschte houding, zijn aristocratische terughoudendheid, maar ook door den ijver, waarmede hij het werk begon en volhield, vooral ook door het vuur, waarmee hij in zijn vrijen tijd boetseerde, teekende en in steen hakte. Hij las veel in zijn academiejaren en was in die periode erg vervuld van de brieven van Vincent. Zijn leermeester, Prof. Bronner, had op van Hall, zooals op zoovelen, een groote en weldadige invloed.
|