Omschrijving:
Bevrijding en Spiritualiteit van de kleine boeren in Dagbong Ghana
Janssen Henk
Softcover, bijgevoegd krantenartikel van 22-11-1984
VOORWOORD
Deze studie is ontstaan uit ontmoetingen met veel mensen van de Dagomba bevolking in het Noorden van Ghana. Ik heb zelf 't voorrecht gehad onder hen te mogen leven, nl. van 1967 tot 1980.
Spoedig na mijn aankomst in Dagbong, toen ik met de studie van hun taal en gewoonten begonnen was, hadden de Dagomba's mijn hart gewonnen door hun gastvrijheid en vriendelijkheid; maar ook door hun enorme gevoel voor humor waardoor zij in één kwinkslag de ander, mij incluis, uit de tent wisten te lokken. Naarmate ik in de kennis van hun taal en gewoonten groeide en mijn vriendschap met mijn eerste leermeesters, de dorpsoudsten zich verdiepte, werd ik er me meer en meer van bewust dat hun cultuur totaal anders was
dan de mijne. Ik had dit nooit vermoed. Er ging dan ook een hele nieuwe wereld voor mij open.
Het dagelijks leven van de meeste Dagomba's op het platteland is eenvoudig en hard. Ziekte, honger en ondervoeding, gebrek aan drinkwater, een korte levensduur, uitbuiting en corruptie zijn hier nog steeds meer regel dan uitzondering. Ondanks dat bleken de mensen toch in staat grappen te maken, te lachen, te dansen en te zingen.
Zelfs onder de meest benarde omstandigheden verstond men de kunst de moed erin te houden en te vechten voor een beter bestaan. Hun onwankelbaar uitgangspunt was hun vertrouwen in God: 'Nawuni beni!'(God is er voor ons!). Hun levensvreugde, geloof in de mens, in gemeenschapszin, hun verbondenheid en harmonie met de voorvaderen, de levende doden, met de aarde, de kosmos, ja met God, was voor mij een meest diepe openbaring van 'mens zijn'. De Afrikaanse mens voelt zich intens opgenomen in een grotere onzichtbare eenheid.
Ik ben hen echt dankbaar dat ik zoveel jaren onder hen heb mogen leven. Dat ik samen met hen verdriet en vreugde, voorspoed en tegenslag, arbeid en ontspanning, feest en gebed heb mogen delen.
In deze studie wil ik enkele van mijn ervaringen beschrijven, evalueren en uitdiepen. Ik ben allen dankbaar die mij deze studie mogelijk hebben gemaakt. Op de eerste plaats Prof.Dr.Otger Stegging O'Carm. van de vakgroep 'Spiritualiteit' en Drs.J.P.Heijke van de vakgroep 'Missiologie'. Vervolgens de Witte Paters, Aartsbisschop P.Poreku Dery van Tamale, mijn familie, mijn huisgenoten van de SMA en zuster Mamerta de Lange in Nijmegen, mijn vriendinnen en vrienden, en Martin Peters die mij een steun is geweest bij de eindredactie van mijn scriptie.
|