Omschrijving:
Beken in Brabant
J. van der Straaten en P.C. von Meijenfeldt met medewerking van H. Moller-Pillot
Uitg. Brabantse Mileufederatie, softcover, geïllustreerd.
Ten geleide.
In het Brabantse landschap zijn de beken een onmisbaar element. Hun groene, vochtige, rijk begroeide dalen vormen als het ware langgerekte oases, die de hogere gronden op schilderachtige wijze doorsnijden en verdelen. Op de ontwikkeling van het kultuurlandschap, op het patroon van bebouwing en bewoning, heeft de loop van de beken een grote invloed uitgeoefend. De drassige bodemgesteldheid en veelvuldige overstromingen maakten de oevers veelal minder geschikt voor woningbouw. Dorpskernen ontstonden wel in de nabijheid van, maar niet onmiddellijk langs de beken, en zo bleven de beekdalen lange tijd vrijwel automatisch een soort van natuurreservaten.
Met de toenemende bevolkingsdichtheid en het voortschrijden van de techniek kwam daarin verandering. Beken werden rechtgetrokken, geregulariseerd, gekanaliseerd. Bouwterreinen werden schaars en de hogere funderingskosten voor bouwwerken in de beekdalen werden grif geaksepteerd. Veel landschapsschoon ging reeds verloren en dit ging hand in hand met een steeds toenemende watervervuiling. Vaak ontaardden beken tot een open riool.
Gelukkig is er wat de watervervuiling betreft wel een groeiend besef dat deze ontoelaatbaar is. Rioolwaterzuiveringsinstallaties bij de grote steden en persriolen brengen zeker een verbetering, maar deze technische voorzieningen leiden niet steeds tot behoud van het landschap. Integendeel, indien niet weloverwogen toegepast, kunnen zij een verdere vernieling ten gevolge hebben.
Een Brabant met slingerende, stinkende, open riolen is een verschrikking, een Brabant met rechtgetrokken waterlopen, een soort tweederangs polderlandschap, is dat niet minder, ook al zou het water redelijk zuiver zijn. De Brabantse milieufederatie is dan ook van mening, dat er alle reden is te bevorderen, dat het thans nog bestaande wordt beschermd en gerehabiliteerd. Wat nu nog
in ekonomische zin kan worden gewonnen door een verdere ontluistering van onze beken en beekdalen is gering, vergeleken met de onschatbare waarden die verloren dreigen te gaan.
Ik hoop dat dit boek ertoe zal bijdragen, dat velen zich bewust worden van de noodzaak van een duidelijk beleid, gericht op behoud en herstel van het natuurschoon van en langs onze beken.
H.B.G. Casimir, voorzitter stichting Brabantse milieufederatie
|