Omschrijving:
Bali
J.Kersten
Uitg. , De Pilgrim, hardcover met stofomslag, geillustreerd
met potlood geschreven tekst op schutblad, stofomslag is beschadigd
DE HEERSCHERS VAN BALI.
Het centrale bergland van Bali vult de noordelijke helft van het eiland en laat rondom slechts een smalle kuststrook over, die zich echter in het Zuiden verwijdt tot een breede, zachtglooiende vlakte.
Gelijk in de lange vulkanenrij der groote en kleine Soendaeilanden, is ook hier de richting der bergen Oost-West. Is men in het bergland zelf, dan zijn de talrijke diepe kloven, die grillige verscheidenheid van toppen en ruggen en het telkens wisselende aspect te verwarringwekkend om een goeden kijk te krijgen op de ligging der verscheidene bergen.
Vanuit Bali's Zuidpunt echter, vooral in de avonduren, als het verblindende zonnelicht getemperd is en niets het uitzicht belemmert over de langzaam oploopende vlakte, liggen ze daar in serene rust, ordelijk naast elkander, in een lange rij van Oost naar West. Het is als een enorme vestingmuur met vele torens, die heel de zuidelijke vlakte afscheidt van het Noorden.
Ver in het Westen teekent een smalle lijn de lage uitloopers van Djembrana, die ver weg eindigen in den Bakoengan-vulkaan bij Straat Bali en hun voortzetting vinden in de vulkanen van Jaya's Oosthoek. Meer naar het Oosten ligt de Piek van Tabanan (2370 m), langs wier hellingen zich de groote handelsweg slingert van Badoeng via Tabanan naar Poepoean en Singaradja.
Iets noordelijker zijn even zichtbaar twee enorme kraterwallen, de Goenoeng Bratan en de Pengilengan, die in hun wijden, vlakken schoot drie stille bergmeren omsloten houden : het Bratan-, Boejanen Tamblinganmeer.
Beroemder en van veel grooter beteekenis voor het Balische volk is het oostelijk deel van het bergencomplex met den Batoervulkaan en den Goenoeng Agoeng, de Piek van Bali.
|