Omschrijving:
Anna van Oranje
Otto Rombach
Uitg. J.J. Tijl, hardcover
In deze grote historische roman wordt een vrouwenleven belicht, dat bij ons in een regel bekend is: „Anna van Saksen, tweede gemalin van Willem van Oranje, moeder van Prins Maurits."
Dit prachtige boek vertelt van deze vrouw. Zij leert haar echtgenoot kennen als een verblindend en levenslustig cavalier, die haar aan het hoofd van tweeduizend ruiters uit het saaie Dresden naar het bruisende Antwerpen en het luxueuze Breda brengt. Maar dan breken ook de tijden aan van de beproevingen van het Nederlandse yolk en van de aanvankelijk hopeloze strijd van Willem van Oranje. Een strijd die alle persoonlijke bezittingen van hem en van zijn vrouw zou kosten en die hem versomberen en van haar veiwijderen zou. Willem brengt haar aan het enggeestige en strenge hof van zijn broer Johan, het slot Dillenburg, en wijdt zich verder vrijwel geheel aan de taak, die pas latere geslachten volkomen hebben kunnen waarderen, doch die de tijdgenoten slechts als volkomen hopeloos zagen.
Als een vlucht uit een dor en keg bestaan, steeds van angst vervuld om haar man, gaat Anna naar Keulen waar zij in een herberg woont en tracht te leven van wat haar laatste juwelen opbrengen. Daar ontmoet zij de man, die haar als een vriend tracht te helpen, doch bij wie zij tenslotte ook een vervulling tracht te vinden voor haar liefdesverlangen en die haar een dochter schenkt. Een meisje dat haar verscholen leven zal leiden in de schaduw van twee beroemde halfbroers: Prins Maurits van Oranje en de schilder Peter Paul Rubens. Deze misstap hebben tijdgenoten en historici Anna van Saksen nimmer kunnen vergeven. Otto Rombach tracht in zijn boek een ander, een menselijker licht op deze vereenzaamde en ongelukkige vrouw te werpen en hiermee belicht hij tevens een tijdperk en een gedachtenwereld die wij eigenlijk te goed, dat wil zeggen schematisch vereenvoudigd, kennen.
Hier wordt een boeiende en belangrijke periode uit onze geschiedenis plotseling weer levend en kleurrijk voor ons neergezet door een auteur die bewijst dat hij de geschiedenis en de volksaard der Nederlanders grondig kent.
De Nieuwe Rotterdamse Courant schrijft: „Laten we het Rombach niet euvel duiden dat hij Anna met milde gevoelens tegemoet is getreden. Liever is het ons te erkennen, dat hij een uitermate lezenswaardig boek heeft geschreven, waarin de moeilijke stof met grote kiesheid is behandeld."
|