Omschrijving:
100 jaar Koninklijke Vereniging Het Nederlancsche Rundvee-Stamboek 1874 – 1974
H.W.J. Dekker
Hardcover met stofomslag, geïllustreerd.
Stofomslag is beschadigd.
HOOFDSTUK 1
De eerstesteenlegging
Toen op 27 september 1873 in een sectievergadering van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw, gehouden in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, over de oprichting van een Rundvee-Stamboek werd gesproken, was het niet voor de eerste keer dat hiervan sprake was.
In "De Keurstamboeker" van 7 juli 1960 komt van de hand van de heer W. Slob een artikel voor over "Het loffelick Ossenweyers Gilde", waaruit blijkt dat in dat gilde in 1872 uitvoerig van gedachten was gewisseld over de noodzaak om in Nederland te komen tot het oprichten van een stamboek voor vee. De aanleiding daartoe was, dat één van de gildebroeders, Mr. J. P. Amersfoordt te Haarlemmermeer, in het bezit was van een exemplaar van "Das Böhmische Herdbuch", dat in Praag, toen nog tot Oostenrijk behorend, was uitgegeven onder auspiciën van de "K.u.K. patriotisch-ökonomische Gesellschaft". In dit Stamboek waren gegevens opgenomen van een aantal runderen, behorende tot enkele veerassen, waaronder ook dieren van Nederlandse oorsprong, die zich op verschillende landgoederen in Bohemen bevonden.
Mr. Amersfoordt zou niet zo lang daarna deel gaan uitmaken van de commissie die een stamboek voor rundvee in Nederland zou gaan voorbereiden.
Op het XXVIIste Nederlandsch Landhuishoudkundig Congres van juli 1873 kwam als punt 13 op de agenda voor de vraag: "Welke reden bestaat er, dat 't Hollandsche rundvee op den duur zoozeer in waarde achterstaat bij 't Engelsche? Moet die niet boven alles gezocht worden in de verwaarloozing der verbetering der rassen? Zoude, nu zelfs in Massachusetts en Bohemen stamboeken gehouden worden, dit ook in Holland zelf niet aan te bevelen zijn?"
Uit het verslag van bedoeld Congres blijkt niet of dit punt wel aan de orde is gekomen en zo ja hoe daarop is gereageerd. Het kan best zijn dat het niet besproken is, omdat de zaak reeds "en marche" was.
De vraag of er een stamboek moest komen of niet, was zelfs al eerder dan in het begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw ter sprake gebracht. In het gedenkboek dat door de Hollandsche Maatschappij van Landbouw bij haar gouden jubileum in 1897 werd uitgegeven, kan men lezen dat de afdeling "Alphen en Omstreken" in 1850 schriftelijk de aandacht van het hoofdbestuur vestigde op het aanleggen van stamboeken voor vee in Engeland. Kennelijk deed de afdeling dit om dit ook voor Nederland te overwegen. In de bestuursvergadering van 18 december 1850 werd dit schrijven breedvoerig besproken. Het ……………………………
|